ECLI:NL:RVS:2010:BK9871 · Raad van State
Legislator summary
AI generatedProcesverloop Bij brief, gericht aan de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) en doorgezonden naar de Raad van State, heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank in zaak nr. 08/2305. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 september 2009, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2010:BK9871 · Raad van State: 200905086/4/H2. Datum uitspraak: 13 januari 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: [verzoeker], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 juni 2009 in zaak nr. 08/2305 in het geding tussen: [verzoeker] en de korpsbeheerder van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
200905086/4/H2. Datum uitspraak: 13 januari 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: [verzoeker], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 juni 2009 in zaak nr. 08/2305 in het geding tussen: [verzoeker] en de korpsbeheerder van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland.
1. Procesverloop Bij brief, gericht aan de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) en doorgezonden naar de Raad van State, heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank in zaak nr. 08/2305. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 september 2009, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
2. Overwegingen 2.1. De voorzitter doet uitspraak zonder zitting. 2.2. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 200905086/2/H2 heeft de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Derhalve is geen sprake meer van een geding. Daarom dient het verzoek als kennelijk ongegrond te worden afgewezen. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, ambtenaar van Staat. w.g. Slump w.g. Hazen voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2010 85-630.