ECLI:NL:RVS:2010:6419 · Raad van State
Legislator summary
AI generatedProcesverloop Bij uitspraak van 1 september 2010, in zaak nr. 201006403/2, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft Bavaria Vastgoed B.V. bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 september 2010, verzet gedaan. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft het verzet ter zitting behandeld op 11 oktober 2010, waar Bavaria Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door mr. D.P. Mommaal, is verschenen.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2010:6419 · Raad van State: 201006403/3/M2. Datum uitspraak: 10 november 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht) van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bavaria Vastgoed B.V., gevestigd te Lieshout, gemeente Laarbeek, opposante.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
201006403/3/M2. Datum uitspraak: 10 november 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht) van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bavaria Vastgoed B.V., gevestigd te Lieshout, gemeente Laarbeek, opposante.
1. Procesverloop Bij uitspraak van 1 september 2010, in zaak nr. 201006403/2, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft Bavaria Vastgoed B.V. bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 september 2010, verzet gedaan. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft het verzet ter zitting behandeld op 11 oktober 2010, waar Bavaria Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door mr. D.P. Mommaal, is verschenen.
2. Overwegingen 2.1. Bavaria Vastgoed B.V. stelt dat niet in geschil is dat zij geen machtiging heeft verstrekt waaruit blijkt dat [gemachtigde] namens haar beroep heeft ingesteld. Zij voert aan dat de brief waarin wordt vermeld dat er nog een machtiging moet worden opgestuurd onduidelijk is. Tevens voert zij aan dat uit het feit dat het verschuldigde griffierecht op tijd is betaald door Bavaria Vastgoed B.V. volgt dat zij er van op de hoogte was dat zij in beroep ging bij de Raad van State. Volgens haar volgt hier uit dat haar beroepschrift ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. 2.2. [gemachtigde] heeft in het beroepschrift verklaard dat hij als vastgoedmanager van Bavaria Vastgoed B.V. beroep instelt namens de dit bedrijf.
Daarbij heeft [gemachtigde] geen machtiging overgelegd waaruit de gestelde vertegenwoordiging blijkt. Uit de stukken blijkt wel dat het verschuldigde griffierecht op tijd is betaald door Bavaria Vastgoed B.V. De Afdeling is van oordeel dat onder de onderhavige omstandigheden daaruit kan worden afgeleid dat Bavaria Vastgoed B.V. instemt met het door [gemachtigde] ingestelde beroep. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een schriftelijke ,machtiging. 2.3. Het verzet is gegrond, waaruit volgt dat de uitspraak van 1 september 2010 is vervallen.
3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het verzet gegrond. Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van drs. G.K. Klap, ambtenaar van staat. w.g. Drupsteen w.g. Klap lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 10 november 2010 315.