Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2009:BJ8941 ECLI:NL:RVS:2009:BJ8941 AI generated

ECLI:NL:RVS:2009:BJ8941 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2009:BJ8941
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Naar voorlopig oordeel moet de zorgboerderij, zoals bij de daarvoor verleende vrijstelling van 17 mei 2004 nadrukkelijk als uitgangspunt is genomen, worden gezien als onderdeel van en behorende tot het agrarisch bedrijf van [verzoekers]. In het kader van de milieuwetgeving kon derhalve, zoals de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht heeft overwogen, voor de wijziging van de inrichting van [belanghebbende], zoals voorzien bij het bouwplan, met een melding krachtens het Besluit landbouw milieubeheer worden volstaan. De aanvraag om bouwvergunning hoefde dan ook niet op grond van artikel 52, eerste lid, van de Woningwet te worden aangehouden. Nu voorts niet is gebleken van weigeringsgronden als bedoeld in artikel 44 van die wet, is de bouwvergunning naar voorlopig oordeel terecht verleend. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g. Slump w.g. Van Goeverden-Clarenbeek voorzitter ambtenaar van Staat 488.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2009:BJ8941 · Raad van State: 200906751/2/H1. Datum uitspraak: 24 september 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [verzoekers], wonend te [woonplaats], gemeente Voerendaal, tegen de uitspraak van voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht van 17 augustus 2009 in zaak nrs. 09/1317 en 09/599 in het geding tussen: [verzoekers] en het college van burgemeester en wethouders van Voerendaal.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

200906751/2/H1. Datum uitspraak: 24 september 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [verzoekers], wonend te [woonplaats], gemeente Voerendaal, tegen de uitspraak van voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht van 17 augustus 2009 in zaak nrs. 09/1317 en 09/599 in het geding tussen: [verzoekers] en het college van burgemeester en wethouders van Voerendaal.

Openbare zitting gehouden op 24 september 2009 om 14.00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. D.A.C. Slump voorzitter (vz.) Ambtenaar van Staat: mr. T. van Goeverden-Clarenbeek Verschenen: [verzoekers], in persoon en bijgestaan door mr. M.J. Smaling; Het college van burgemeester en wethouders van Voerendaal, vertegenwoordigd door mr. M.J.J. Mevis, ambtenaar in dienst van de gemeente; [belanghebbende], vertegenwoordigd door [gemachtigde], als belanghebbende. De voorzitter wijst het verzoek af. Daartoe overweegt hij het volgende.

1. Procesverloop Naar voorlopig oordeel moet de zorgboerderij, zoals bij de daarvoor verleende vrijstelling van 17 mei 2004 nadrukkelijk als uitgangspunt is genomen, worden gezien als onderdeel van en behorende tot het agrarisch bedrijf van [verzoekers]. In het kader van de milieuwetgeving kon derhalve, zoals de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht heeft overwogen, voor de wijziging van de inrichting van [belanghebbende], zoals voorzien bij het bouwplan, met een melding krachtens het Besluit landbouw milieubeheer worden volstaan. De aanvraag om bouwvergunning hoefde dan ook niet op grond van artikel 52, eerste lid, van de Woningwet te worden aangehouden. Nu voorts niet is gebleken van weigeringsgronden als bedoeld in artikel 44 van die wet, is de bouwvergunning naar voorlopig oordeel terecht verleend. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g. Slump w.g. Van Goeverden-Clarenbeek voorzitter ambtenaar van Staat 488.