Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2008:BF1005 ECLI:NL:RVS:2008:BF1005 AI generated

ECLI:NL:RVS:2008:BF1005 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2008:BF1005
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 16 november 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (hierna: het college) zijn beslissing om op 12 september 2007 jegens [appellant] spoedeisende bestuursdwang toe te passen ter zake van het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college beslist dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 59,00) voor rekening van [appellant] komen. Bij besluit van 25 januari 2008 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 februari 2008, beroep ingesteld. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 september 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. M.C. Rolle, werkzaam voor de gemeente, is verschenen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2008:BF1005 · Raad van State: 200801264/1. Datum uitspraak: 17 september 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

200801264/1. Datum uitspraak: 17 september 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder.

1. Procesverloop Bij besluit van 16 november 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (hierna: het college) zijn beslissing om op 12 september 2007 jegens [appellant] spoedeisende bestuursdwang toe te passen ter zake van het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college beslist dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 59,00) voor rekening van [appellant] komen. Bij besluit van 25 januari 2008 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 februari 2008, beroep ingesteld. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 september 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. M.C. Rolle, werkzaam voor de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen 2.1. Het college heeft op 30 juli 2008 een nieuw besluit genomen op het bezwaar van [appellant] en heeft daarbij het bezwaar alsnog gegrond verklaard en het besluit van 16 november 2007 herroepen. Nu geheel aan [appellant] tegemoet is gekomen, bestaat geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. 2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk. 2.3. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat. w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Sparreboom lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2008 195-209.