Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2008:BD9398 ECLI:NL:RVS:2008:BD9398 AI generated

ECLI:NL:RVS:2008:BD9398 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2008:BD9398
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 20 juni 2006 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie (hierna: het dagelijks bestuur) krachtens het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer nadere eisen gesteld met betrekking tot de inrichting aan de Overschiese Kleiweg 593 te Rotterdam. Bij besluit van 7 augustus 2007 heeft het dagelijks bestuur het hiertegen door [appellant A] en [appellant B] (hierna: [appellanten]) gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 september 2007, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 oktober 2007. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 juli 2008, waar [appellant A], in persoon en bijgestaan door mr. A. van Diermen, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. K.I. Siem, werkzaam bij de gemeente Rotterdam, zijn verschenen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2008:BD9398 · Raad van State: 200706708/1. Datum uitspraak: 6 augustus 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant A], wonend te [woonplaats], en [appellant B], wonend te [woonplaats], appellanten, en het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie, verweerder.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

200706708/1. Datum uitspraak: 6 augustus 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant A], wonend te [woonplaats], en [appellant B], wonend te [woonplaats], appellanten, en het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie, verweerder.

1. Procesverloop Bij besluit van 20 juni 2006 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie (hierna: het dagelijks bestuur) krachtens het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer nadere eisen gesteld met betrekking tot de inrichting aan de Overschiese Kleiweg 593 te Rotterdam. Bij besluit van 7 augustus 2007 heeft het dagelijks bestuur het hiertegen door [appellant A] en [appellant B] (hierna: [appellanten]) gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 september 2007, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 oktober 2007. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 juli 2008, waar [appellant A], in persoon en bijgestaan door mr. A. van Diermen, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. K.I. Siem, werkzaam bij de gemeente Rotterdam, zijn verschenen.

2. Overwegingen 2.1. Op 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) in werking getreden en is het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer ingetrokken. Ingevolge artikel 6.1, tweede lid, van het Activiteitenbesluit kunnen nadere eisen die op grond van onder meer het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer vóór 1 januari 2008 in werking en onherroepelijk waren, onder omstandigheden als maatwerkvoorschriften worden aangemerkt. Omdat de bij het besluit van 20 juni 2006 gestelde nadere eisen niet vóór 1 januari 2008 onherroepelijk waren, kunnen deze niet op grond van artikel 6.1 van het Activiteitenbesluit als maatwerkvoorschriften worden aangemerkt. De nadere eisen zijn van rechtswege vervallen. Niet is gebleken dat [appellanten] niettemin belang hebben bij de beoordeling van het bestreden besluit. 2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, voorzitter, en mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens en mr. S.F.M. Wortmann, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.G. Timmerman, ambtenaar van Staat. w.g. Oosting w.g. Timmerman voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2008 431.