Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2008:BD3094 ECLI:NL:RVS:2008:BD3094 AI generated

ECLI:NL:RVS:2008:BD3094 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2008:BD3094
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 12 februari 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Leeuwarden (hierna: de raad) bij besluit van 18 juni 2007 vastgestelde bestemmingsplan "De Zuidlanden, Plandeel Oost". Tegen dit besluit heeft onder meer de vereniging Vereniging Milieudefensie (hierna: Milieudefensie) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2008, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2008, heeft Milieudefensie de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2008:BD3094 · Raad van State: De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 mei 2008, waar Milieudefensie, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door ir. J. de Boer, ambtenaar van de gemeente, en mr. J.V. van Ophem, advocaat te Leeuwarden, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gemeenschappelijke Exploitatiemaatschappij De Zuidlanden B.V. (hierna: GEM De Zuilanden), vertegenwoordigd door mr. G. Folmer.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

200802433/2. Datum uitspraak: 29 mei 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: de vereniging Vereniging Milieudefensie, gevestigd te Amsterdam, verzoekster, en het college van gedeputeerde staten van Fryslân, verweerder.

1. Procesverloop Bij besluit van 12 februari 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Leeuwarden (hierna: de raad) bij besluit van 18 juni 2007 vastgestelde bestemmingsplan "De Zuidlanden, Plandeel Oost". Tegen dit besluit heeft onder meer de vereniging Vereniging Milieudefensie (hierna: Milieudefensie) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2008, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2008, heeft Milieudefensie de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 mei 2008, waar Milieudefensie, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door ir. J. de Boer, ambtenaar van de gemeente, en mr. J.V. van Ophem, advocaat te Leeuwarden, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gemeenschappelijke Exploitatiemaatschappij De Zuidlanden B.V. (hierna: GEM De Zuilanden), vertegenwoordigd door mr. G. Folmer.

2. Overwegingen 2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2. Het plan voorziet middels de uit te werken bestemming "Woongebied (uit te werken) (WGU)" in de bouw van 150 woningen en via een wijzigingbevoegdheid is de bouw van maximaal 300 woningen voorzien. Het plangebied maakt deel uit van een omvangrijker gebied ten zuiden van Leeuwarden, het nieuw te ontwikkelen stadsdeel De Zuidlanden, waarbinnen de bouw van in totaal 6.500 woningen is voorzien. 2.3. Milieudefensie stelt dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan en beoogt met haar verzoek mogelijk onomkeerbare gevolgen van inwerkingtreding hiervan te voorkomen.

Milieudefensie vreest dat het plangebied, dat van belang is voor weidevogels zoals de grutto en de tuureluur, ernstig zal worden aangetast. 2.4. Ter zitting is door het gemeentebestuur en GEM De Zuidlanden verklaard dat er op basis van dit bestemmingsplan geen werkzaamheden in het plangebied zullen plaatsvinden totdat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan in de bodemzaak. Daartoe zullen evenmin bouwvergunningen en aanlegvergunningen worden aangevraagd. Gelet hierop stelt de voorzitter vast dat Milieudefensie geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. 2.5.

Gelet op het vorenstaande dient het verzoek van Milieudefensie te worden afgewezen. 2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van Staat. w.g. Oosting w.g. Kegge voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2008 459.