Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2007:BA9816 ECLI:NL:RVS:2007:BA9816 AI generated

ECLI:NL:RVS:2007:BA9816 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2007:BA9816
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 18 juni 2007 heeft verweerder een verzoek van verzoekers om toepassing van bestuurlijke handhavingmiddelen met betrekking tot het sportpark Woezik te Wijchen afgewezen. Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt. Bij brief van 1 juli 2007, bij de Raad van State ingekomen op 3 juli 2007, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 juli 2007, waar verzoekers in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door mr. L.C.G. Hoenselaar, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Tevens is namens de sportclub Woezik, A.W. Peters-Sengers als partij gehoord.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2007:BA9816 · Raad van State: 200704546/1. Datum uitspraak: 13 juli 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoekers], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Wijchen, verweerder.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

200704546/1. Datum uitspraak: 13 juli 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoekers], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Wijchen, verweerder.

1. Procesverloop Bij besluit van 18 juni 2007 heeft verweerder een verzoek van verzoekers om toepassing van bestuurlijke handhavingmiddelen met betrekking tot het sportpark Woezik te Wijchen afgewezen. Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt. Bij brief van 1 juli 2007, bij de Raad van State ingekomen op 3 juli 2007, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 juli 2007, waar verzoekers in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door mr. L.C.G. Hoenselaar, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Tevens is namens de sportclub Woezik, A.W. Peters-Sengers als partij gehoord.

2. Overwegingen 2.1. Verzoekers vrezen geluidhinder en verlies van privacy te zullen ondervinden van het in gebruik nemen van de in de directe omgeving van hun woning aan te leggen sportvelden. De Voorzitter stelt allereerst vast dat uit hetgeen verzoekers hebben aangevoerd, noch anderszins noodzakelijkerwijs voortvloeit dat voorschriften van het van toepassing zijnde Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer worden overtreden. Wat betreft het beroep van verzoekers op overtreding door vergunninghouder van normen uit de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" overweegt de Voorzitter dat, wat er ook zijn moge van de vermeende overtreding, hetgeen in deze brochure is vermeld geen normen bevat die voor het Besluit horeca- sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer van toepassing zijn.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de onderhavige sportvelden niet eerder dan in oktober van dit jaar in gebruik zullen worden genomen. Tevens is ter zitting gebleken dat met de verdere aanleg van het in de nabijheid van de woning van verzoekers gelegen sportveld niet eerder zal worden begonnen dan nadat de procedure voor een hiervoor benodigde kapvergunning zal zijn doorlopen en de beslissing op bezwaar voor het onderhavige verzoek om handhaving zal zijn genomen. De Voorzitter is derhalve van oordeel dat verzoekers geen spoedeisend belang hebben bij de beoordeling van het bestreden besluit. 2.2.

Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van drs. G.K. Klap, ambtenaar van Staat. w.g. Boll w.g. Klap Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2007 315