Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2006:AY5880 ECLI:NL:RVS:2006:AY5880 AI generated

ECLI:NL:RVS:2006:AY5880 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2006:AY5880
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 7 april 2006 heeft verweerder het verzoek van appellant om een ontheffing om binnen zijn inrichting, gelegen op het perceel [locatie] te [plaats], een sloot te dempen met houtachtig materiaal, afgewezen. Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 24 mei 2006 bezwaar gemaakt. Bij brief van 24 mei 2006, bij de Raad van State ingekomen op 28 juni 2006, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 juli 2006, waar verweerder, vertegenwoordigd door J.H.O. van Noppen, medewerker van de Milieudienst West-Holland, is verschenen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2006:AY5880 · Raad van State: 200604732/1. Datum uitspraak: 3 augustus 2006 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Rijnwoude, verweerder.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

200604732/1. Datum uitspraak: 3 augustus 2006 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Rijnwoude, verweerder.

1. Procesverloop Bij besluit van 7 april 2006 heeft verweerder het verzoek van appellant om een ontheffing om binnen zijn inrichting, gelegen op het perceel [locatie] te [plaats], een sloot te dempen met houtachtig materiaal, afgewezen. Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 24 mei 2006 bezwaar gemaakt. Bij brief van 24 mei 2006, bij de Raad van State ingekomen op 28 juni 2006, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 juli 2006, waar verweerder, vertegenwoordigd door J.H.O. van Noppen, medewerker van de Milieudienst West-Holland, is verschenen.

2. Overwegingen 2.1. Het bestreden besluit is bekendgemaakt op 21 april 2006, zodat de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is begonnen op 22 april 2006 en geëindigd op 2 juni 2006. 2.2. Het bezwaarschrift is blijkens het poststempel op 9 juni 2006 verzonden en derhalve niet binnen de termijn ingediend. De Voorzitter gaat er daarom van uit dat het bezwaar om deze reden niet-ontvankelijk zal worden verklaard en ziet reeds hierom geen aanleiding om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van Staat. w.g. Oosting w.g. Van Helvoort Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2006 361.