Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2006:AV1754 ECLI:NL:RVS:2006:AV1754 AI generated

ECLI:NL:RVS:2006:AV1754 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2006:AV1754
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 29 november 2005, kenmerk IVW/TeW/2005-618, heeft verweerder het toepassen van een partij grond in de Neerbeekdelta in de gemeente Roggel en Neer gedoogd. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Bij brief van 21 december 2005, bij de Raad van State ingekomen op 23 december 2005, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 27 januari 2006 zijn nadere stukken ontvangen van [partij]. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 januari 2006, waar verweerder, vertegenwoordigd door mr. drs. D. Eibrink is verschenen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2006:AV1754 · Raad van State: 200510502/1. Datum uitspraak: 8 februari 2006 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: het college van burgemeester en wethouders van Roggel en Neer, verzoeker, en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, verweerder.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

200510502/1. Datum uitspraak: 8 februari 2006 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: het college van burgemeester en wethouders van Roggel en Neer, verzoeker, en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, verweerder.

1. Procesverloop Bij besluit van 29 november 2005, kenmerk IVW/TeW/2005-618, heeft verweerder het toepassen van een partij grond in de Neerbeekdelta in de gemeente Roggel en Neer gedoogd. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Bij brief van 21 december 2005, bij de Raad van State ingekomen op 23 december 2005, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 27 januari 2006 zijn nadere stukken ontvangen van [partij]. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 januari 2006, waar verweerder, vertegenwoordigd door mr. drs. D. Eibrink is verschenen.

2. Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht dient degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep in te stellen eerst tegen dat besluit bezwaar te maken. Ingevolge artikel 1:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden ten aanzien van bestuursorganen de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. 2.1.1.

De Voorzitter overweegt dat de bescherming van het oppervlaktewater en de waterbodem geen aan het college van burgemeester en wethouders van Roggel en Neer toevertrouwd belang is. Er vallen derhalve geen bepalingen aan te wijzen op grond waarvan moet worden geoordeeld dat bij het onderhavige besluit belangen zijn betrokken die aan burgemeester en wethouders zijn toevertrouwd. Het bezwaar komt naar het oordeel van de Voorzitter dan ook in aanmerking om niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen. 2.1.2.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van drs. G.K. Klap, ambtenaar van Staat. w.g. Brink w.g. Klap Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2006 315.