ECLI:NL:RVS:2005:AT7487 · Raad van State
Legislator summary
AI generated200504213/1. Datum uitspraak: 9 juni 2005 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoekster], gevestigd te [plaats], en de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 3 mei 2005, kenmerk NL 111215, heeft verweerder op grond van de Verordening 259/93/EEG van 1 februari 1993, betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en vanuit de Europese Gemeenschap bezwaar gemaakt tegen het voornemen van verzoekster om 5.000.000 kg gemengde restfractie afkomstig van de sortering van bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en stedelijk afval over te brengen naar Duitsland.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2005:AT7487 · Raad van State: Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht door mr. W. Konijnenbelt, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van Staat. w.g. Konijnenbelt w.g. Montagne Voorzitter ambtenaar van Staat 374.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
200504213/1. Datum uitspraak: 9 juni 2005 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoekster], gevestigd te [plaats], en de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 3 mei 2005, kenmerk NL 111215, heeft verweerder op grond van de Verordening 259/93/EEG van 1 februari 1993, betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en vanuit de Europese Gemeenschap bezwaar gemaakt tegen het voornemen van verzoekster om 5.000.000 kg gemengde restfractie afkomstig van de sortering van bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en stedelijk afval over te brengen naar Duitsland.
Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt. Bij brief van 12 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op 13 mei 2005, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 juni 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. L. Hartogs, advocaat te Doetinchem, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M.J. Achterberg, ambtenaar van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en drs. P. Robben en mr. M. Kaersenhout, gemachtigden, zijn verschenen.
De Voorzitter heeft het verzoek afgewezen. Daartoe heeft hij het volgende overwogen. Ter zitting is gebleken dat in de inrichting van verzoekster nog voldoende opslagcapaciteit aanwezig is om de op het kennisgevingsformulier NL 111215 vermelde afvalstoffen in afwachting van de beslissing op bezwaar op te slaan. Gelet hierop en nu verweerder ter zitting heeft toegezegd zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 2 weken, op het bezwaar te zullen beslissen, is de Voorzitter van oordeel dat met het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening geen spoedeisend belang is gemoeid.
Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht door mr. W. Konijnenbelt, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van Staat. w.g. Konijnenbelt w.g. Montagne Voorzitter ambtenaar van Staat 374.