Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2004:AR2971 ECLI:NL:RVS:2004:AR2971 AI generated

ECLI:NL:RVS:2004:AR2971 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2004:AR2971
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

200407466/2 Datum uitspraak: 23 september 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van : [verzoeker] wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem van 3 augustus 2004 in het geding tussen: verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Lingewaal. Procesverloop Bij besluit van 28 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaal (hierna: het college) verzoeker op straffe van en dwangsom gelast een tijdelijke woonunit, staande op het perceel [locatie] te [plaats], binnen zes weken na verzending van dit besluit te verwijderen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2004:AR2971 · Raad van State: Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat. w.g. Loeb w.g. Schortinghuis Voorzitter ambtenaar van Staat 66.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht
Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht door mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

200407466/2 Datum uitspraak: 23 september 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van : [verzoeker] wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem van 3 augustus 2004 in het geding tussen: verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Lingewaal. Procesverloop Bij besluit van 28 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaal (hierna: het college) verzoeker op straffe van en dwangsom gelast een tijdelijke woonunit, staande op het perceel [locatie] te [plaats], binnen zes weken na verzending van dit besluit te verwijderen.

Bij besluit van 13 april 2004, verzonden op 20 april 2004, heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar voorzover thans van belang ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 3 augustus 2004, verzonden op 5 augustus 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 6 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft hij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 september 2004, waar verzoeker in persoon en bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door drs. I. Ponsen en F.J.M. de Bruijn, ambtenaren der gemeente, zijn verschenen. De Voorzitter heeft het verzoek afgewezen. Daartoe heeft hij het volgende overwogen. Ter zitting heeft het college desgevraagd medegedeeld en verzoeker heeft niet weersproken dat de dwangsom inmiddels tot het maximum is verbeurd. Reeds daarom is geen sprake van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening vereist en bestaat aanleiding het verzoek af te wijzen.

Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat. w.g. Loeb w.g. Schortinghuis Voorzitter ambtenaar van Staat 66.