Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2004:AQ5728 ECLI:NL:RVS:2004:AQ5728 AI generated

ECLI:NL:RVS:2004:AQ5728 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2004:AQ5728
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 18 juni 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer (hierna: het college) aan de Woningbouwvereniging Eigen Haard gevestigd te Amsterdam (hierna: de woningbouwvereniging) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het realiseren van een complex van 104 seniorenwoningen aan de Gerberastraat te Aalsmeer. Bij besluit van 19 november 2002 heeft het college het daartegen door verzoekers gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 juni 2004, verzonden op 14 juni 2004, heeft de rechtbank te Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door verzoekers ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2004:AQ5728 · Raad van State: 200405465/2. Datum uitspraak: 21 juli 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: [verzoekers], wonend te Aalsmeer, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 juni 2004 in het geding tussen: verzoekers en het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

200405465/2. Datum uitspraak: 21 juli 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: [verzoekers], wonend te Aalsmeer, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 juni 2004 in het geding tussen: verzoekers en het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer.

1. Procesverloop Bij besluit van 18 juni 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer (hierna: het college) aan de Woningbouwvereniging Eigen Haard gevestigd te Amsterdam (hierna: de woningbouwvereniging) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het realiseren van een complex van 104 seniorenwoningen aan de Gerberastraat te Aalsmeer. Bij besluit van 19 november 2002 heeft het college het daartegen door verzoekers gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 juni 2004, verzonden op 14 juni 2004, heeft de rechtbank te Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door verzoekers ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Tegen deze uitspraak hebben het college en de woningbouwvereniging hoger beroep ingesteld. Verzoekers hebben de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 juli 2004, waar verzoekers, bij monde van [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. J.H.A. van der Grinten, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen. Voorts is de woningbouwvereniging daar bij monde van mr. H.S. Weeda gehoord.

2. Overwegingen 2.1. Gebleken is dat na de afwijzing door de voorzieningenrechter van de rechtbank van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is aangevangen met de bouw en dat voor alle bouwwerken geldt dat inmiddels het hoogste punt is bereikt. De bouw bevindt zich derhalve in een vergevorderd stadium. Onder die omstandigheid ontbreekt de voor het treffen van de gevraagde voorziening, die ertoe strekt dat de door de rechtbank niet herroepen bouwvergunning alsnog wordt geschorst, vereiste onverwijlde spoed. 2.2. De conclusie is dat het verzoek moet worden afgewezen. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.

3. Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat. w.g. Loeb w.g. Ouwehand Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2004 224.