Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2004:AP0386 ECLI:NL:RVS:2004:AP0386 AI generated

ECLI:NL:RVS:2004:AP0386 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2004:AP0386
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Verzoekster heeft bij brief van 5 december 2003 verweerder verzocht om krachtens de Wet milieubeheer handhavingsmaatregelen te treffen ten aanzien van de inrichting van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid “Speelmansplaten B.V.” op het perceel Oesterdam 3 te Tholen. Bij brief van 19 april 2004 heeft verzoekster bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op dit verzoek. Bij brief van 21 april 2004, bij de Raad van State ingekomen dezelfde dag per fax, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2004:AP0386 · Raad van State: Overwegingen 2.1. De Voorzitter doet uitspraak zonder zitting. 2.2. Ingevolge artikel 18.14, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan een ieder aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven. Artikel 18.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer bepaalt, voorzover hier van belang, dat de beschikking op een overeenkomstig artikel 18.14, eerste lid, gedaan verzoek zo spoedig mogelijk wordt gegeven, doch uiterlijk vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

200403405/2. Datum uitspraak: 26 mei 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: de vereniging "Natuurvereniging Tholen", gevestigd te Tholen, verzoekster, en het college van burgemeester en wethouders van Tholen, verweerder.

1. Procesverloop Verzoekster heeft bij brief van 5 december 2003 verweerder verzocht om krachtens de Wet milieubeheer handhavingsmaatregelen te treffen ten aanzien van de inrichting van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid “Speelmansplaten B.V.” op het perceel Oesterdam 3 te Tholen. Bij brief van 19 april 2004 heeft verzoekster bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op dit verzoek. Bij brief van 21 april 2004, bij de Raad van State ingekomen dezelfde dag per fax, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen 2.1. De Voorzitter doet uitspraak zonder zitting. 2.2. Ingevolge artikel 18.14, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan een ieder aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven. Artikel 18.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer bepaalt, voorzover hier van belang, dat de beschikking op een overeenkomstig artikel 18.14, eerste lid, gedaan verzoek zo spoedig mogelijk wordt gegeven, doch uiterlijk vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen.

Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet tijdig nemen van een besluit voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld. 2.3. Het door verzoekster ingediende verzoek tot het treffen van handhavingsmaatregelen vermeldt als datum van binnenkomst bij verweerder 8 december 2003. Verweerder heeft niet tijdig, binnen de in artikel 18.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer gestelde termijn van vier weken, op het verzoek beslist. 2.4. Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen.

De Voorzitter ziet aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen. 2.5. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. treft de voorlopige voorziening dat het college van burgemeester en wethouders van Tholen wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan een beslissing op het verzoek te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken; II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Tholen in de door verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 80,50, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Tholen te worden betaald aan verzoekster;

III. gelast dat de gemeente Tholen aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 273,00) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, ambtenaar van Staat. w.g. Drupsteen w.g. Plambeck Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2004 159-399.