Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2004:AO8450 ECLI:NL:RVS:2004:AO8450 AI generated

ECLI:NL:RVS:2004:AO8450 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2004:AO8450
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij besluit van 19 december 2002 heeft verzoeker een verzoek van [wederpartij] om het bijstandsdossier van zijn ex-echtgenote openbaar te maken afgewezen. Bij besluit van 13 november 2003 heeft verzoeker het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 januari 2004, verzonden op 29 januari 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat verzoeker binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaar neemt met inachtneming van het in de uitspraak bepaalde.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2004:AO8450 · Raad van State: 200402113/2. Datum uitspraak: 21 april 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis, verzoeker, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 27 januari 2004 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te [woonplaats] en verzoeker.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

200402113/2. Datum uitspraak: 21 april 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis, verzoeker, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 27 januari 2004 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te [woonplaats] en verzoeker.

1. Procesverloop Bij besluit van 19 december 2002 heeft verzoeker een verzoek van [wederpartij] om het bijstandsdossier van zijn ex-echtgenote openbaar te maken afgewezen. Bij besluit van 13 november 2003 heeft verzoeker het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 januari 2004, verzonden op 29 januari 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat verzoeker binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaar neemt met inachtneming van het in de uitspraak bepaalde.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 11 maart 2004, bij de Raad van State ingekomen op 12 maart 2004, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft hij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 april 2004, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. R.M. van den Brand, ambtenaar der gemeente, en [wederpartij] in persoon, bijgestaan door H.M. Burgman, werkzaam bij de Stichting Onderzoek naar de Nederlandse Rechtspleging in familiezaken, zijn verschenen.

2. Overwegingen 2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2. Voorshands is de Voorzitter van oordeel dat de voorzieningenrechter het besluit van verzoeker van 13 november 2003 terecht en op goede gronden heeft vernietigd. Reeds in haar uitspraak van 7 april 1994, in zaak no. R03933221 (ter voorlichting van partijen aangehecht), heeft de Afdeling geoordeeld dat de zorgvuldigheid vereist dat burgemeester en wethouders van elk van de zich in een bijstandsdossier bevindende stukken nagaan of het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer zich verzet tegen openbaarmaking van dat document, al dan niet in geschoonde vorm.

De Voorzitter ziet geen aanleiding daarover thans anders te oordelen. Het betoog van verzoeker dat reeds de overlegging van een overzichtslijst van de zich in het desbetreffende dossier bevindende documenten tot onomkeerbare gevolgen leidt slaagt niet, nu ook dit stuk eventueel kan worden overgelegd met een beroep op de geheimhoudingsbepaling van artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. 2.3. Het verzoek dient te worden afgewezen. Verzoeker dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. wijst het verzoek af; II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis in de door [wederpartij] in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 750,85, waarvan € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Hellevoetsluis te worden betaald aan [wederpartij]. Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat. w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Koutstaal Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2004 383.