Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2026:3569 ECLI:NL:RBZWB:2026:3569 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2026:3569 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2026:3569
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/4788, 25/4789, 25/4790 en 25/4791 uitspraak van 30 april 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoekster], uit [plaats], verzoekster, (gemachtigde: mr. M. Özgül), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, het college. Procesverloop Op 5 maart 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak. Overwegingen De gemachtigde van eiser heeft naar aanleiding van de uitspraak van 5 maart 2026 (hierna: de uitspraak) een e-mail gestuurd op 6 maart 2026.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2026:3569 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: M. Özgül), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, het college. Procesverloop Op 5 maart 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak. Overwegingen De gemachtigde van eiser heeft naar aanleiding van de uitspraak van 5 maart 2026 (hierna: de uitspraak) een e-mail gestuurd op 6 maart 2026.

Keywords

AI generated
party costs cost recovery partial immunity allocation of costs calculation and rates of reimbursement damages payment
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/4788, 25/4789, 25/4790 en 25/4791 uitspraak van 30 april 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoekster], uit [plaats], verzoekster, (gemachtigde: mr. M. Özgül), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, het college. Procesverloop Op 5 maart 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak. Overwegingen De gemachtigde van eiser heeft naar aanleiding van de uitspraak van 5 maart 2026 (hierna: de uitspraak) een e-mail gestuurd op 6 maart 2026.

De gemachtigde merkt op dat in betreffende zaken één uitspraak is gewezen waarbij er sprake is van een proceskostenveroordeling. In de proceskostenveroordeling is bepaald dat slechts eenmaal het griffierecht van € 53,00 vergoed moet worden door het college, terwijl in alle vier de zaken het griffierecht is betaald door verzoekster. De rechtbank oordeelt dat op basis van het bovenstaande gebleken is dat in het dictum (onder het kopje beslissing) van genoemde uitspraak een onjuistheid is vermeld. Het betreft het griffierecht van € 53,00. Eiser heeft immers in alle vier de beroepszaken afzonderlijk het griffierecht van € 53,- betaald.

Daarom zal de rechtbank de uitspraak als volgt herstellen. Beslissing De rechtbank: - herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 5 maart 2026 aldus, dat het kopje beslissing als volgt komt te luiden: “De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 700,50 aan proceskosten aan verzoekster en bepaalt dat het college aan verzoekster het betaalde griffierecht € 212,00 (€ 53,00 per zaak) moet vergoeden. - laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van mr.

A.M.H. Meulensteen, griffier, op 30 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: