Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2026:2736 ECLI:NL:RBZWB:2026:2736 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2026:2736 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2026:2736
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/1632 WMO uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. N.J. Brouwer), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst, het college. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het college van 12 februari 2025.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2026:2736 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

Keywords

AI generated
action challenging schedule of claims charging of procedural costs late objection to debt enforcement time limits for seeking redress unjustified procedural delay procedural objections

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Awb
Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/1632 WMO uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. N.J. Brouwer), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst, het college. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het college van 12 februari 2025.

Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 1.1. De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft hierop niet gereageerd. 1.2. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld? 3.

Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Is het college aan verzoeker tegemoetgekomen? 4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. 4.1. Op 4 maart 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard.

Het college heeft na de mondelinge behandeling op zitting een nieuw besluit genomen waarmee eiser kan instemmen. Hiermee is het college (deels) tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker. Welk bedrag aan proceskosten moet het college aan verzoeker vergoeden? 5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.

Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht? 6. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoeker. Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. J. Ponds, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 9 april 2026 en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.