Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2026:233 ECLI:NL:RBZWB:2026:233 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2026:233 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2026:233
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd; 2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; 3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:629.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBZWB:2026:233 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Keywords

AI generated
right to be heard right to legal counsel postponement of trial statute of limitations bar time limits for seeking redress tax litigation proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/5414 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2026 op het verzet van [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende (gemachtigde: [gemachtigde] ), tegen de uitspraak van de rechtbank van 9 mei 2025 in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 9 mei 2025 waarin de rechtbank het beroep van belanghebbende gegrond heeft verklaard.

2. De rechtbank heeft het verzet op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en namens de inspecteur [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] . Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 9 mei 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep gegrond is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.

4. Belanghebbende voert in verzet aan dat er niet direct een financieel belang is gediend met het beroep, maar wel het belang van rechtszekerheid. Belanghebbende wil dat de inspecteur de facturen van de verbouwing goedkeurt, zodat de inspecteur daar de komende 30 jaar niet op terug kan komen en de facturen dan misschien kwijt zijn geraakt. Belanghebbende verwijst voor de onderbouwing van zijn belang naar een uitspraak van de Hoge Raad.

5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

6. Belanghebbende heeft ter zitting nogmaals bevestigd dat hij het eens is met de opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2022. Ook heeft hij aangegeven dat hij zich realiseert dat hetgeen hij wil bereiken met de procedure niet mogelijk is. De rechtbank ziet geen weg om het door belanghebbende gewenste resultaat door middel van een rechterlijke beslissing te bereiken. Conclusie en gevolgen 7. De gronden van het verzet slagen niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 9 mei 2025. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr.W. Dekkers, griffier op 21 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de datum bekendmaking beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd; 2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; 3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:629.