Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2026:2273 ECLI:NL:RBZWB:2026:2273 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2026:2273 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2026:2273
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 25/6461 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2027 in de zaak tussen [belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende (gemachtigde: [gemachtigde] ), en de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende dat digitaal is ontvangen op 16 december 2025. Het beroep ziet op de aanslagen onroerende zaakbelastingen en rioolheffing over het jaar 2025 voor het object [adres] te [plaats] met [aanslagnummer] . 1.1.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:41 van de Awb, artikel 8:5 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2026:2273 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Toetsingskader 3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 385,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

Keywords

AI generated
deadline for payment prohibition of payment action for payment unpaid debt unpaid cost advance payment by instalments

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 8:41 van de Awb
Dit staat in artikel 8:41 van de Awb.
artikel 8:5 van de Awb
Dit volgt uit artikel 8:5 van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 25/6461 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2027 in de zaak tussen [belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende (gemachtigde: [gemachtigde] ), en de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende dat digitaal is ontvangen op 16 december 2025. Het beroep ziet op de aanslagen onroerende zaakbelastingen en rioolheffing over het jaar 2025 voor het object [adres] te [plaats] met [aanslagnummer] . 1.1.

Het beroep tegen de aanslagen is kennelijk niet-ontvankelijk en de rechtbank is kennelijk onbevoegd om te oordelen over het verzoek om kwijtschelding. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep tegen de aanslagen kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader 3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 385,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald. Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald? 4. De griffier heeft belanghebbende bij brief van 18 december 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 16 januari 2026 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 22 januari 2026 om 17:20 uur is afgehaald en dat voor ontvangst is getekend.

5. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar? 6. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. De rechtbank is onbevoegd te oordelen over het kwijtscheldingsverzoek 7. In het beroepschrift van belanghebbende is tevens verzocht om kwijtschelding van de aanslagen. De bestuursrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen genomen op grond van de Invorderingswet 1990. Voor zover het beroep ziet op het kwijtscheldingsverzoek verklaart de rechtbank zich in zoverre kennelijk onbevoegd.

Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op de aanslagen. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. De rechtbank is onbevoegd voor zover het beroep ziet op het verzoek om kwijtschelding. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het beroep ziet op de aanslagen onroerende zaakbelastingen en rioolheffing 2025; verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep ziet op het kwijtscheldingsverzoek.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 27 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak.

Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit volgt uit artikel 8:5 van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt de Invorderingswet 1990 genoemd.