Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2026:207 ECLI:NL:RBZWB:2026:207 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2026:207 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2026:207
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 25/2589 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende en de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 15 mei 2025. Het beroep ziet op de in rekening gebrachte invorderingsrente op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2022 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.26.01. 1.1.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBZWB:2026:207 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat belanghebbende geen procesbelang heeft. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. 2.1. In de uitspraak op bezwaar wordt het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en de in rekening gebrachte invorderingsrente volledig verminderd. 2.2. De rechtbank stelt vast dat de ontvanger in de uitspraak op bezwaar de in rekening gebrachte invorderingsrente heeft verlaagd tot € 0,-.

Keywords

AI generated
deferral of pension retroactivity of disability pension pension calculation termination of pension waiver of wage claims occupational disability pension

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 25/2589 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende en de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 15 mei 2025. Het beroep ziet op de in rekening gebrachte invorderingsrente op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2022 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.26.01. 1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat belanghebbende geen procesbelang heeft. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. 2.1. In de uitspraak op bezwaar wordt het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en de in rekening gebrachte invorderingsrente volledig verminderd. 2.2. De rechtbank stelt vast dat de ontvanger in de uitspraak op bezwaar de in rekening gebrachte invorderingsrente heeft verlaagd tot € 0,-.

Dit betekent dat belanghebbende geen te betalen bedrag heeft en dat deze beroepszaak niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is. Conclusie en gevolgen 3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier, op 20 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Vgl. Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:43.