Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2025:8596 ECLI:NL:RBZWB:2025:8596 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:8596 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2025:8596
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/6105 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2025 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende en de ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de brief van de ontvanger van 24 juli 2024. Het beroep ziet op het invorderen van openstaande belastingschulden middels bankbeslag. 1.1. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de brief van de ontvanger van 24 juli 2024 waarin aan belanghebbende wordt medegedeeld dat beslag is gelegd op een bankrekening van belanghebbende. Belanghebbende verzoekt in zijn beroepschrift om uitstel van betaling en het opheffen van het bankbeslag.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:5 van de Awb, artikel 7:1 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2025:8596 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit volgt uit artikel 8:5 van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt de Invorderingswet 1990 genoemd.

Keywords

AI generated
bank charges capacity to pursue debt enforcement authorization to sue filing of a claim objection to debt enforcement bank credit balance

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 8:5 van de Awb
Dit volgt uit artikel 8:5 van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb.
artikel 7:1 van de Awb
Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van de Awb).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/6105 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2025 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende en de ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de brief van de ontvanger van 24 juli 2024. Het beroep ziet op het invorderen van openstaande belastingschulden middels bankbeslag. 1.1. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de brief van de ontvanger van 24 juli 2024 waarin aan belanghebbende wordt medegedeeld dat beslag is gelegd op een bankrekening van belanghebbende. Belanghebbende verzoekt in zijn beroepschrift om uitstel van betaling en het opheffen van het bankbeslag.

3. De griffier van de rechtbank heeft belanghebbende op 12 september 2024 erop gewezen dat de belastingrechter niet bevoegd is om te oordelen over het uitstel van betaling en het opheffen van het bankbeslag. In de brief is belanghebbende medegedeeld dat bij een geschil daarover een rechtsvordering kan worden ingesteld bij de civiele rechter. Belanghebbende is daarom ook gevraagd of hij het beroep wil intrekken.

4. Belanghebbende heeft op 12 september 2024 laten weten het beroep niet in te trekken. Hij verzoekt de rechtbank procederen niet ingewikkelder te maken, het beroep wel in behandeling te nemen en hem niet door te sturen naar de civiele rechter. Daarbij geeft belanghebbende te kennen dat hij geen geld heeft voor een civiele procedure en ook niet in aanmerking komt voor een toevoeging.

5. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De brief van de ontvanger die ziet op het invorderen van openstaande belastingschulden middels bankbeslag valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. Een geschil over het invorderen van openstaande belastingschulden en het opheffen van het bankbeslag kan worden voorgelegd aan de civiele rechter. Dit staat ook zo vermeld in de brief van de ontvanger.

6. Het betreft een bewuste keuze van de wetgever dat deze geschillen moeten worden voorgelegd aan de civiele rechter en niet aan de bestuursrechter. Dat voor een dergelijke procedure andere voorwaarden gelden en daaraan hogere kosten zijn verbonden, kunnen er niet toe leiden dat de bestuursrechter alsnog bevoegd is. De rechtbank acht niet aannemelijk dat sprake is van een situatie waarin de toegang tot de rechter feitelijk wordt ontzegd.

7. De rechtbank verklaart zich daarom kennelijk onbevoegd. Het terugstorten van het griffierecht blijft achterwege, omdat de griffier in deze procedure geen griffierecht heeft geheven. Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit volgt uit artikel 8:5 van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt de Invorderingswet 1990 genoemd.

Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van de Awb).