Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2025:830 ECLI:NL:RBZWB:2025:830 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:830 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2025:830
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/10943 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2025 in de zaak tussen [eiseres] B.V., uit [plaats], eiseres (gemachtigde: mr. M.F.J. Martens), en de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding en feiten 1. Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 9 augustus 2023 beroep ingesteld bij de rechtbank Oost-Brabant. Die heeft het beroepschrift doorgezonden naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, omdat deze rechtbank bevoegd is het beroepschrift te behandelen.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 2:19a van het Burgerlijk Wetboek, artikel 23c van het Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:RBZWB:2025:830 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Het beroep ziet op de naheffingsaanslag omzetbelasting met aanslagnummer [nummer]F.01.9501. 1.1. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel is geregistreerd dat eiseres is ontbonden met ingang van 25 juli 2023. De aanleiding van de ontbinding is ontbinding door de Kamer van Koophandel. 1.2. Eiseres heeft op 18 september 2023 beroep ingesteld. 1.3. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2.

Keywords

AI generated
trade tax adjustment vat reassessment corporate income tax tax deferral tax liability suspension of tax recovery

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 2:19a van het Burgerlijk Wetboek
Op grond van artikel 2:19, eerste lid, onderdeel e en artikel 2:19a van het Burgerlijk Wetboek.
artikel 23c van het Burgerlijk Wetboek
Zie hiervoor artikel 23c van het Burgerlijk Wetboek.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/10943 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2025 in de zaak tussen [eiseres] B.V., uit [plaats], eiseres (gemachtigde: mr. M.F.J. Martens), en de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding en feiten 1. Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 9 augustus 2023 beroep ingesteld bij de rechtbank Oost-Brabant. Die heeft het beroepschrift doorgezonden naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, omdat deze rechtbank bevoegd is het beroepschrift te behandelen.

Het beroep ziet op de naheffingsaanslag omzetbelasting met aanslagnummer [nummer]F.01.9501. 1.1. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel is geregistreerd dat eiseres is ontbonden met ingang van 25 juli 2023. De aanleiding van de ontbinding is ontbinding door de Kamer van Koophandel. 1.2. Eiseres heeft op 18 september 2023 beroep ingesteld. 1.3. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2.

Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 2.1. De rechtbank overweegt dat eiseres door haar ontbinding, bij gebrek aan baten, op 25 juli 2023 is opgehouden te bestaan. Het beroep bij de belastingrechter is door gemachtigde namens eiseres ingesteld op 18 september 2023. Op dat moment bestond eiseres niet meer. Eiseres kon op dat moment geen rechtshandelingen meer verrichten, zoals het instellen van beroep. De rechtbank kan het standpunt van gemachtigde dat de vennootschap nog altijd bestaat gelet op de stukken in het dossier niet volgen. 2.2.

Eiseres stelt dat de uitschrijving uit het handelsregister een ambtshalve maatregel is, die door de vennootschap ongedaan kan worden gemaakt. Er is evenwel niet gesteld of gebleken dat de vereffening op enig moment is heropend. Gelet hierop kon eiseres geen beroep instellen en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Conclusie en gevolgen 3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier, op 18 februari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Op grond van artikel 2:19, eerste lid, onderdeel e en artikel 2:19a van het Burgerlijk Wetboek. Zie hiervoor artikel 2:19, eerste en vierde lid van het Burgerlijk Wetboek. Zie hiervoor artikel 23c van het Burgerlijk Wetboek.