Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2025:7995 ECLI:NL:RBZWB:2025:7995 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:7995 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2025:7995
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats: Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/8020 WAJONG uitspraak van 20 november 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] uit [plaats] , eiseres, (gemachtigde: mr. B.B.A. Willering), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiseres is het niet eens met deze afwijzing.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:7995 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: In artikel 1:2, eerste lid, van de Wajong is bepaald dat ingezetene is de natuurlijke persoon die in Nederland woont. Met ‘Nederland’ wordt bedoeld het Nederlandse grondgebied op het Europese continent. Het wonen op het Caribisch deel van Nederland kan dan ook niet gelijkgesteld worden met het wonen in Nederland. 8.1. Vaststaat dat eiseres op haar 18e verjaardag, op [geboortedag] 2012, niet in Nederland maar in Aruba woonde. Uit het dossier en de toelichting ter zitting blijkt dat eiseres pas na haar 18e verjaardag vanuit Aruba naar Nederland is gekomen met aansluitend detentie als gevolg.

Keywords

AI generated
limited work availability traditional recruitment country access to a profession finding on capacity to work suitable employment exclusion from public-sector employment

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2021:2901
193800 WAJONG Datum uitspraak: 18 november 2021 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 juli 2019, 18/2989 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. drs. ir. G.A.S. Maduro BA, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2021.
ECLI:NL:CRVB:2013:1530
Centrale Raad van Beroep 11/3685 WAJONG Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 23 mei 2011, 10/3929 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A.
ECLI:NL:CRVB:2020:1676
182065 WAJONG Datum uitspraak: 30 juli 2020 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 12 maart 2018, 17/4752 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. R.S. Pot, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft op 9 juli 2020 plaatsgevonden. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr.
ECLI:NL:CRVB:2024:853
22/3645 WAJONG Datum uitspraak: 17 april 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 november 2022, 22/1762 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) SAMENVATTING Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht heeft geweigerd appellante een uitkering op grond van de Wajong toe te kennen. Volgens appellante was zij op haar achttiende verjaardag ingezetene van Nederland en had zij als jonggehandicapte moeten worden aangemerkt.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats: Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/8020 WAJONG uitspraak van 20 november 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] uit [plaats] , eiseres, (gemachtigde: mr. B.B.A. Willering), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiseres is het niet eens met deze afwijzing.

Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht heeft geweigerd om aan eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen, omdat zij op haar 18e verjaardag geen ingezetene van Nederland was. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. 1.2 Onder 2 staan de feiten en omstandigheden die van belang zijn.

Onder 3 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 4 en 5 staan het wettelijk kader en de grondslag van het bestreden besluit. Onder 6 en 7 staan de standpunten van eiseres en het UWV. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 8. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. Feiten en omstandigheden 2. Eiseres, geboren op [geboortedag] 1994, heeft op 10 juni 2024 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering. 2.1. Met het besluit van 18 juni 2024 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd om aan eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen, omdat zij op haar 18e verjaardag niet in Nederland woonde. 2.2.

Met het bestreden besluit van 11 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit tot weigering een Wajong-uitkering toe te kennen, gebleven. Procesverloop 3.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 3.2. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 3.3. De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en mr. H.J.J. Verhoeven namens het UWV. Beoordeling door de rechtbank Wettelijk kader 4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

Grondslag van het bestreden besluit 5. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat eiseres op haar achttiende verjaardag geen ingezetene was voor de Wajong en niet onder een speciale groep uitzonderingen viel waarvoor een uitbreiding op het begrip ingezetenschap geldt. Standpunt eiseres 6. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat zij wél in Nederland woonde op haar 18e verjaardag en dat zij daarom in aanmerking moet komen voor een Wajong-uitkering. Aruba behoort namelijk tot het Nederlandse grondgebied. Standpunt UWV in reactie op het beroep van eiseres 7.

Het UWV heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat de beroepsgronden van eiseres dezelfde zijn als haar bezwaargronden, waardoor het UWV geen aanleiding ziet om het standpunt te wijzigen. Ter verduidelijking stelt het UWV dat de Wajong duidelijk stelt dat een ingezetene inwoner moet zijn van Nederland en niet van het Koninkrijk der Nederlanden. Eiseres heeft tot op heden niet kunnen aantonen dat zij op haar 18e verjaardag in Nederland woonde en dat zij dus ingezetene was. Overwegingen rechtbank 8. Voor het recht op een Wajong-uitkering geldt als voorwaarde dat de aanvrager op zijn 18e verjaardag ingezetene van Nederland was.

In artikel 1:2, eerste lid, van de Wajong is bepaald dat ingezetene is de natuurlijke persoon die in Nederland woont. Met ‘Nederland’ wordt bedoeld het Nederlandse grondgebied op het Europese continent. Het wonen op het Caribisch deel van Nederland kan dan ook niet gelijkgesteld worden met het wonen in Nederland. 8.1. Vaststaat dat eiseres op haar 18e verjaardag, op [geboortedag] 2012, niet in Nederland maar in Aruba woonde. Uit het dossier en de toelichting ter zitting blijkt dat eiseres pas na haar 18e verjaardag vanuit Aruba naar Nederland is gekomen met aansluitend detentie als gevolg.

Eiseres heeft in detentie gezeten van 27 maart 2013 tot en met 14 juni 2013. Op 6 december 2019 is zij ingeschreven in de Basisregistratie Personen op een adres in Nederland. Vanaf haar arrestatie tot haar inschrijving in 2019 heeft eiseres volgens eigen zeggen in Nederland rondgezworven. 8.2. Hetgeen eiseres naar voren heeft gebracht, kan niet leiden tot de conclusie dat niettemin zou moeten worden aangenomen dat eiseres op haar 18e verjaardag ingezetene van Nederland was. Daarvoor is volgens vaste rechtspraak vereist dat een duurzame band van persoonlijke aard bestond tussen haar en Nederland.

De omstandigheid dat eiseres de Nederlandse nationaliteit heeft en in een moeilijke situatie verkeert, is daarvoor onvoldoende. Overige omstandigheden zijn niet gesteld of gebleken. Onduidelijk is gebleven voor wie of waarom eiseres naar Nederland is gekomen, maar ter zitting is bevestigd dat zij vanaf haar geboorte tot haar komst naar Nederland in 2013 in Aruba heeft gewoond en daarvoor niet eerder in Nederland is geweest of in Nederland heeft gestudeerd. 8.3. De beroepsgronden van eiseres slagen dus niet. Het bestreden besluit houdt in rechte stand.

Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets verandert. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet vergoed. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pasmans, griffier, op 20 november 2025en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage wettelijk kader Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Artikel 1:2, eerste lid Ingezetene in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen is de natuurlijke persoon, die in Nederland woont. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 18 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2901, en van 9 augustus 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1530. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 30 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1676. Vergelijk de uitspraak van de CRvB van 17 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:853.