Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2025:787 ECLI:NL:RBZWB:2025:787 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:787 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2025:787
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het procesverloop 1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 5 juni 2024 ontvangen verzoekschrift kinderalimentatie met bijlagen; - de op 28 juni 2024 door de griffier aan het oude adres van de man gestuurde brief; - de op 27 september 2024 ontvangen brief van mr. Mink; - de publicatie in de Staatscourant van 10 oktober 2024. 2De feiten 2.1. Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast. 2.2. Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. 2.3. Uit hun relatie is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021. 2.4.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:787 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Middelburg Zaaknummer: C/02/423090 FA RK 24-2552 beschikking van 11 februari 2025 betreffende levensonderhoud in de zaak van [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. H. Mink, te Oost-Souburg. en [de man] , zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland, hierna te noemen de man.

Keywords

AI generated
hearing of a parent right to know one's parentage parental responsibility modification of parental custody only child de facto custody
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Middelburg Zaaknummer: C/02/423090 FA RK 24-2552 beschikking van 11 februari 2025 betreffende levensonderhoud in de zaak van [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. H. Mink, te Oost-Souburg. en [de man] , zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland, hierna te noemen de man.

1. Het procesverloop 1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 5 juni 2024 ontvangen verzoekschrift kinderalimentatie met bijlagen; - de op 28 juni 2024 door de griffier aan het oude adres van de man gestuurde brief; - de op 27 september 2024 ontvangen brief van mr. Mink; - de publicatie in de Staatscourant van 10 oktober 2024. 2De feiten 2.1. Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast. 2.2. Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. 2.3. Uit hun relatie is het volgende, nu nog minderjarige kind geboren: [minderjarige] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021. 2.4.

De man heeft de minderjarige erkend. 2.5. De minderjarige verblijft bij de vrouw en zij heeft het eenhoofdig gezag. 3Het verzoek 3.1. De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de man, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, met ingang van 5 juni 2024 aan de vrouw dient te betalen een bedrag van € 300,-- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen. 4De beoordeling 4.1. De griffier van deze rechtbank heeft door middel van voormelde publicatie de indiening van het verzoekschrift ter griffie bekend gemaakt onder mededeling van de termijn waarbinnen een verweerschrift kon worden ingediend.

Binnen die termijn is geen verweerschrift binnengekomen. 4.2. De rechtbank zal het verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

5De beslissing

De rechtbank: 5.1. bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 5 juni 2024 en voor wat betreft de toekomstige termijnen bij vooruitbetaling dient te voldoen € 300,00 per maand, ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021; 5.2. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Noort, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Brok, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025. Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.