Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2025:7779 ECLI:NL:RBZWB:2025:7779 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:7779 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2025:7779
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/768 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats], eiser en de Staatssecretaris van Financiën, de staatssecretaris. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de staatssecretaris volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 19 november 2024. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:12 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2025:7779 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de staatssecretaris volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 19 november 2024. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. 1.2.

Keywords

AI generated
prosecutorial delay time limits for seeking redress late payment of fees postponement of trial late objection to debt enforcement late recusal request

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 6:12 van de Awb
Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/768 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats], eiser en de Staatssecretaris van Financiën, de staatssecretaris. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de staatssecretaris volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 19 november 2024. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. 1.2.

Bij uitspraak van 17 maart 2025 heeft de rechtbank het beroep van eiser in eerste instantie niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat betalen van griffierecht. Eiser heeft hiertegen verzet ingesteld. Bij uitspraak van 19 juni 2025 is dit verzet gegrond verklaard omdat er een verontschuldiging voor de te late betaling van het griffierecht was. In de voorliggende uitspraak volgt een inhoudelijke beoordeling van eisers beroep wegens niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan.

Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep ontvankelijk en gegrond? 3. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris na het instellen van het beroep – op 17 maart 2025 – alsnog een besluit heeft genomen. Eiser kan zich in dit besluit vinden. Eiser heeft geen procesbelang meer bij de beoordeling van het besluit.

Dit betekent dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep. 3.1. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Omdat het besluit genomen is na het instellen van het beroep moet de staatssecretaris het griffierecht aan eiser vergoeden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 13 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.