Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2025:770 ECLI:NL:RBZWB:2025:770 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:770 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2025:770
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer.: 10932013 \ MB VERZ 24-101 CJIB-nummer: 3062 5422 5038 9417 uitspraakdatum: 3 januari 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] B.V. adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:770 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond. De kantonrechter ziet verder reden de boete van € 75,- nog eens met 25% te matigen, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934). Overschrijding redelijke termijn Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd.

Keywords

AI generated
payment of the fine assessment of a fine charging of fees disciplinary fines extortion of excessive official fees contractual penalty clause

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:1999:AA2760
Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is ter zake van het parkeren op 22 oktober 1994 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam opgelegd ten bedrage van ƒ 62,50 bestaande uit ƒ 4,-- aan enkelvoudige belasting en ƒ 58,50 aan kosten terzake van het opleggen van die aanslag. Tevens is bij beschikking een bedrag van ƒ 60,-- van belanghebbende gevorderd ter zake van de kosten van het aanbrengen en verwijderen van een wielklem. De aanslag en de beschikking zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Directeur van de dienst Parkeerbeheer van de gemeente Amsterdam (hierna: de Directeur) gehandhaafd. Belanghebbende is van die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd.
ECLI:NL:HR:1975:AJ4297
10 juni 1975 Nr. 67757 LM De Hoge Raad der Nederlanden, Op het beroep van [rekwirant], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1921, wonende te [woonplaats], rekwirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 30 september 1974, houdende — na verwijzing van de zaak bij arrest van de Hoge Raad van 28 mei 1974 — in hoger beroep bevestiging met aanvullingen als in het bestreden arrest vermeld van een vonnis van de Kantonrechter te Amsterdam van 10 mei 1973, waarbij de rekwirant terzake van het tenlastegelegde is veroordeeld tot een geldboete van twintig gulden, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door één dag hechtenis, hebbende het Hof het tenlastegelegde bewezen verklaard en het bewezenverklaarde gekwalificeerd als ‘’overtreding van een gedragsregel vastgesteld krachtens artikel 8 in verband met artikel 119 (bord 49 van bijlage II) van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens’’;
ECLI:NL:GHARL:2022:9934
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.291.469/01 CJIB-nummer : 229488796 Uitspraak d.d.
ECLI:NL:GHARL:2023:6369
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.267.420/01 CJIB-nummer : 221942949 Uitspraak d.d.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer.: 10932013 \ MB VERZ 24-101 CJIB-nummer: 3062 5422 5038 9417 uitspraakdatum: 3 januari 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] B.V. adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie.

De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 3 januari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig op de M.A. de Ruijterlaan te Goes op 19 mei 2022 om 14:43 uur.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht op de datum zoals is aangegeven in de beschikking. De verweten gedraging is verricht op 19 mei 2022 en niet op 19 mei 2021. Betrokkene heeft ook niet zomaar een briefje achter de voorruit gedaan. De bus wordt in opdracht van de bloemenzaak gebruikt als bezorg bus. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De zittingsvertegenwoordiger is van mening dat het om een verschrijving gaat.

In het aanvullend proces-verbaal staat het jaar 2021 opgenomen, maar de boetebeschikking dateert van het jaar 2022. Hierdoor is de zittingsvertegen-woordiger van mening dat betrokkene door het foutieve aanvullend proces-verbaal niet in zijn belangen is geschaad. Voorts ziet de zittingsvertegenwoordiger geen aanleiding om te twijfelen aan de gedraging. Er is geen activiteit rondom het voertuig vastgesteld, waardoor geen sprake is van het onmiddellijk laden en lossen. Bovendien blijkt ook niet dat betrokkene wel een vergunning had om daar te staan.

Wel heeft de zittingsvertegenwoordiger gezien dat de hoorplicht is geschonden en de redelijke termijn is overschreden, waardoor de boete tweemaal met 25% gematigd dient te worden. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Onder laden en lossen moet volgens vaste rechtspraak worden verstaan: het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring in- en uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is.

De verbalisant heeft geen laad of los activiteiten waargenomen. Daarbij moet het gaan om goederen van enige omvang of enig gewicht (ECLI:NL:HR:1999:AA2760) die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht (ECLI:NL:HR:1975:AJ4297). Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hiervan sprake is. Hieruit volgt dat geen sprake is van laden en lossen, maar van (foutief) parkeren. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen.

Daarbij is van belang dat sprake is van een bedrijf dat bij de dienstverlening laad- en losactiviteiten verricht. De boete zal worden gematigd met 25% naar € 75,-. Schending hoorplicht Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.

Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond. De kantonrechter ziet verder reden de boete van € 75,- nog eens met 25% te matigen, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934). Overschrijding redelijke termijn Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd.

Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete. In dit geval is de boete opgelegd op 21 juni 2022 en is de redelijke termijn dus met ruim een half jaar overschreden. Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete nogmaals matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in € 42,19,-, plus € 9,- administratiekosten; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 57,81,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr.

W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. J.E. Lorello-Willeboordse, en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2025. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg.

Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending: