Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2025:7116 ECLI:NL:RBZWB:2025:7116 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:7116 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2025:7116
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/3806 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2025 in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres (gemachtigde: [gemachtigde]), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag tot herbeoordeling van 29 september 2022. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBZWB:2025:7116 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk-niet ontvankelijk is, omdat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 3. Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit dan wel het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende beschikking, is het niet aan een termijn gebonden. Het beroep is niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

Keywords

AI generated
late notice of dismissal long-term unemployment excessive procedural duration action by staff waiting period suspension of benefits

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/3806 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2025 in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres (gemachtigde: [gemachtigde]), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag tot herbeoordeling van 29 september 2022. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk-niet ontvankelijk is, omdat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 3. Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit dan wel het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende beschikking, is het niet aan een termijn gebonden. Het beroep is niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

Heeft eiseres het beroepschrift onredelijk laat ingediend? 4. De rechtbank oordeelt dat eiseres het beroepschrift onredelijk laat heeft ingediend. Op 29 september 2022 heeft eiseres de aanvraag tot herbeoordeling gedaan bij het UWV. Omdat er binnen de wettelijke termijn geen herbeoordeling plaatsvond, heeft eiseres op 29 november 2022 een ingebrekestelling gestuurd aan het UWV, welke op 30 november 2022 is ontvangen. Het UWV heeft op 26 januari 2023 een dwangsombeschikking afgegeven.

5. Eiseres heeft beroep ingesteld op 1 augustus 2025. Eiseres heeft dus meer dan twee jaar en acht maanden na het versturen van de ingebrekestelling geen actie ondernomen om een besluit op haar verzoek te krijgen. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van I. Ambachtsheer, griffier, op 23 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Artikel 6:12, eerste lid, van de Awb. Artikel 6:12, vierde lid, van de Awb.