Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2025:5366 ECLI:NL:RBZWB:2025:5366 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:5366 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2025:5366
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/969 WABOA uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2025 in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres (gemachtigde: [gemachtigde]), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 9 januari 2025. Bij dit besluit is het bezwaar van eiseres tegen het verlenen van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van bewegwijzering en signing aan het [adres] te [plaats] niet-ontvankelijk verklaard. 1.1.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:41 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2025:5366 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald. Heeft eiseres het griffierecht tijdig betaald? 4.

Keywords

AI generated
standing against building permit unjustified procedural delay authorization to sue statute of limitations bar late objection to debt enforcement decision not to raise objections

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 8:41 van de Awb
Dit staat in artikel 8:41 van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/969 WABOA uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2025 in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres (gemachtigde: [gemachtigde]), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 9 januari 2025. Bij dit besluit is het bezwaar van eiseres tegen het verlenen van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van bewegwijzering en signing aan het [adres] te [plaats] niet-ontvankelijk verklaard. 1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 385,-.

De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald. Heeft eiseres het griffierecht tijdig betaald? 4.

De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 24 maart 2025 eiseres in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.

5. Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar? 6. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr.

I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van G.A. Klop, griffier, op 11 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.