Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2025:5083 ECLI:NL:RBZWB:2025:5083 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:5083 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2025:5083
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/6163 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 augustus 2025 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende, en de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk, de heffingsambtenaar. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 11 juli 2024. 1.1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 3 april 2024 aan belanghebbende de aanslagen rioolheffing gebruiker en afvalstoffenheffing vastrecht van 2024 opgelegd. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2025:5083 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De hoogte van de aanslag afvalstoffenheffing vastrecht is € 161,45. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt of de aanslagen terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die belanghebbende heeft aangevoerd, de beroepsgronden. 3.1. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aanslagen terecht aan belanghebbende opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Toetsingskader van de rechtbank 4. In artikel 3, eerste lid, sub b, van de Verordening rioolheffing 2024 van de gemeente Waalwijk staat dat de belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 4.1.

Keywords

AI generated
user fee waste disposal fee fee collection vat reassessment pecuniary penalty wastewater charge

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBZWB:2022:2888
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 20/4808 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2022 in de zaak tussen [belanghebbende] , te [woonplaats] , belanghebbende en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar. Procesverloop De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende aanslagen watersysteemheffing ingezetenen en zuiveringsheffing woningen over 2019, met dagtekening 31 mei 2019 en aanslagnummer 32048482, (hierna: de aanslagen) opgelegd. Belanghebbende heeft tegen de aanslagen bezwaar gemaakt.
ECLI:NL:RBZWB:2022:2889
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummers: BRE 20/6565 tot en met 20/6568 en 20/10349 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2022 in de zaken tussen [belanghebbende] , te [woonplaats] , belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente [woonplaats] , de heffingsambtenaar, gemachtigde: [gemachtigde verweerder] . Procesverloop De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende de volgende aanslagen opgelegd: Aanslagen Belastingjaar Dagtekening Aanslagnummer Rioolheffing gebruiker en afvalstoffenheffing vastrecht 2019 31-01-2019 [aanslagnummer 1] Restafval 16-17 mei 2019 31-07-2019 [aanslagnummer 2] GFT- en restafval okt/nov/dec 2019 31-01-2020 [aanslagnummer 3] Rioolheffing gebruiker en afvalstoffenheffing vastrecht 2020 31-01-2020 [aanslagnummer 4] GFT- en restafval Mei/juni 2020 31-07-2020 [aanslagnummer 5] Voornoemde aanslagen worden hierna aangehaald als: de aanslagen.
ECLI:NL:GHSHE:2024:1207
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Enkelvoudige Belastingkamer Nummers: 22/01265 tot en met 22/01269 Uitspraak op het hoger beroep van [belanghebbende] , wonend in [woonplaats] , hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 25 mei 2022, nummers BRE 20/6565 tot en met 20/6568 en 20/10349 in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk, hierna: de heffingsambtenaar. 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De heffingsambtenaar heeft aanslagen riool- en afvalstoffenbelasting en GFT- en restafval opgelegd. 1.2.
ECLI:NL:GHSHE:2024:1208
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Enkelvoudige Belastingkamer Nummer: 22/01270 Uitspraak op het hoger beroep van [belanghebbende] , wonend in [woonplaats] , hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 25 mei 2022, nummer BRE 20/4808 in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant, hierna: de heffingsambtenaar. 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De heffingsambtenaar heeft aanslagen watersysteemheffing ingezetenen en zuiveringsheffing woningen over 2019 opgelegd. 1.2.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/6163 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 augustus 2025 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende, en de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk, de heffingsambtenaar. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 11 juli 2024. 1.1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 3 april 2024 aan belanghebbende de aanslagen rioolheffing gebruiker en afvalstoffenheffing vastrecht van 2024 opgelegd. 1.2.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. 1.3. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 2 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en [persoon] en namens de heffingsambtenaar mr. A.G. Hendriks. Feiten 2. Aan belanghebbende is met dagtekening 30 april 2024 een aanslag rioolheffing gebruiker en afvalstoffenheffing vastrecht opgelegd voor het belastingjaar 2024. De hoogte van de aanslag rioolheffing gebruiker is € 47,10.

De hoogte van de aanslag afvalstoffenheffing vastrecht is € 161,45. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt of de aanslagen terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die belanghebbende heeft aangevoerd, de beroepsgronden. 3.1. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aanslagen terecht aan belanghebbende opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Toetsingskader van de rechtbank 4. In artikel 3, eerste lid, sub b, van de Verordening rioolheffing 2024 van de gemeente Waalwijk staat dat de belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 4.1.

Artikel 3 van de Verordening afvalstoffenheffing 2024 van de gemeente Waalwijk (de Verordening) bepaalt dat belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een woning of appartement. 4.2. Belanghebbende stelt dat hij geen ingezetene is, omdat hij als staatsburger van de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië hier tijdelijk verblijft. 4.3. Voor zover belanghebbende hiermee bedoelt te stellen dat de aanslagen ten onrechte aan hem is opgelegd omdat hij geen ingezetene is, slaagt deze beroepsgrond niet.

Uit beide verordeningen volgt namelijk dat de gebruiker belastingplichtig is voor de voor deze gemeentelijke belastingen. Het ingezetenschap vormt dus geen criterium voor de belastingheffingen. Niet in geschil is dat belanghebbende gebruiker is van de woning [adres] en het perceel, waardoor de aanslagen terecht aan hem zijn opgelegd. Ook de hoogte van de aanslagen is door belanghebbende niet betwist. De rechtbank verwijst in dat kader ook naar de eerdere uitspraken van deze rechtbank over eerdere jaren, in het bijzonder de uitspraken van deze rechtbank van 25 mei 2022 en de uitspraken van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 april 2024 in de hogerberoepsprocedures van die zaken.

Al het overige dat door partijen is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is ongegrond. Dit dat de aanslagen rioolheffing gebruiker en afvalstoffenheffing vastrecht gehandhaafd blijven. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt belanghebbende zijn griffierecht niet vergoed. Ook krijgt belanghebbende geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van mr. J.T. Jonker, griffier, op 1 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst en wordt aan de partij die niet digitaal procedeert aangetekend per post verzonden op:

Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. ECLI:NL:RBZWB:2022:2888 en ECLI:NL:RBZWB:2022:2889.

ECLI:NL:GHSHE:2024:1207 en ECLI:NL:GHSHE:2024:1208.