Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2024:7241 ECLI:NL:RBZWB:2024:7241 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2024:7241 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2024:7241
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/11855 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 oktober 2024 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende, (gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ), en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 3 november 2023. Het beroep ziet op de verzuimboete die is opgelegd bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2021 met [aanslagnummer] H.16.01. 1.1.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2024:7241 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.

Keywords

AI generated
objection to debt enforcement tax litigation tariff dispute challenge of administrative decisions suspension of tax recovery statute of limitations bar

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 6:6 van de Awb
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/11855 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 oktober 2024 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende, (gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ), en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 3 november 2023. Het beroep ziet op de verzuimboete die is opgelegd bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2021 met [aanslagnummer] H.16.01. 1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat [gemachtigde] geen machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen.

Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Is een machtiging overgelegd? 4. Het beroepschrift is ingediend door [gemachtigde] . Zij vermeldt daarin dat zij de gemachtigde is van belanghebbende. Zij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat zij gemachtigd is om het beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft haar in haar brief van 18 januari 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. [gemachtigde] heeft binnen die termijn geen machtiging ingediend.

De rechtbank heeft haar vervolgens in een brief van 13 maart 2024 nogmaals in de gelegenheid gesteld om een machtiging te overleggen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Deze brief is per gewone post en aangetekend verzonden. De enveloppe waarin deze brief aangetekend is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen. Deze brief is aangetekend (en per gewone post) verstuurd naar het door belanghebbende opgegeven adres. Uit de basisregistratie persoonsgegevens blijkt dat belanghebbende ingeschreven staat op dat adres. Daarop is het verzoek om een machtiging in te dienen op 15 april 2024 nogmaals naar dat adres gestuurd, nu per gewone post en met een laatste termijn van twee weken.

Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar? 5. [gemachtigde] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat [gemachtigde] niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 25 oktober 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.