Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2024:697 ECLI:NL:RBZWB:2024:697 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2024:697 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2024:697
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/11607 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2024 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvragen van 10 september 2023 (8x), 13 september 2023 (1x), 16 september 2023 (1x), 18 september 2023 (1x), 27 september 2023 (1x), 28 september 2023 (1x) en 3 oktober 2023 (12x) als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet open overheid (Woo). 1.1.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:12 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2024:697 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Eiser heeft het college op 18 oktober 2023 in gebreke gesteld met betrekking tot de aanvragen van 10 september 2023, 13 september 2023, 16 september 2023 en 18 september 2023, op 30 oktober 2023 voor de aanvragen van 27 september 2023 en 28 september 2023 en op 2 november 2023 voor de aanvragen van 3 oktober 2023. Sindsdien zijn twee weken verstreken. Welke beslistermijn moet aan het college worden opgelegd? 5. Omdat het college nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen. 5.1. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.

Keywords

AI generated
time limits for seeking redress action challenging schedule of claims group request excessive procedural duration duration of insurance entitlement right to petition

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 6:12 van de Awb
Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBZWB:2023:1458
In geval van een gegrond beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op grond van deze wet of een beslissing op bezwaar tegen een dergelijk besluit, waarbij nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de bestuursrechter, indien de omvang van het verzoek hiertoe aanleiding geeft, in afwijking van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb, de termijn waarbinnen het bestuursorgaan alsnog een besluit bekendmaakt. Algemene wet bestuursrecht Artikel 6:12 Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit dan wel het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende beschikking, is het niet aan een termijn gebonden.
ECLI:NL:RBZWB:2023:5694
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 23/3390 en BRE 23/3530 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2023 in de zaak tussen [naam 1] , uit [plaatsnaam] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau (gemachtigde: [naam 2] ). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen die eiser heeft ingesteld omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvragen van 5, 8, 13, 16 en 19 april 2023 en 2 en 4 mei 2023. 1.1. Omdat de beroepen kennelijk gegrond zijn doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
ECLI:NL:RBZWB:2023:7112
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 23/3807 en BRE 23/9304 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2023 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] ( [gemachtigde] ). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen die eiser heeft ingesteld omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvragen van 29 april 2023 en 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 12 mei 2023 en 24 juni 2023 en 1 juli 2023. 1.1. Omdat de beroepen kennelijk gegrond zijn doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
ECLI:NL:RBZWB:2023:9024
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/10344 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2023 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvragen van 18 augustus 2023 (5x), 22 augustus 2023 (1x), 29 augustus 2023 (1x) en 1 september 2023 (2x) als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet open overheid (Woo). 1.1.
ECLI:NL:RBZWB:2023:9074
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/9997 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2023 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvragen van 19 juli 2023 (1x), 25 juli 2023 (15x), 31 juli 2023 (7x), 1 augustus 2023 (7x) en 3 augustus 2023 (10x) als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet open overheid (Woo). 1.1.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/11607 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2024 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvragen van 10 september 2023 (8x), 13 september 2023 (1x), 16 september 2023 (1x), 18 september 2023 (1x), 27 september 2023 (1x), 28 september 2023 (1x) en 3 oktober 2023 (12x) als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet open overheid (Woo). 1.1.

Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

3. De rechtbank merkt op dat deze beroepen een vervolg zijn op een aantal beroepen wegens het niet tijdig beslissen op 911 eerdere verzoeken van eiser en zijn echtgenote op grond van de Wet open overheid (Woo). De rechtbank heeft in die zaken geoordeeld dat het college niet tijdig heeft besloten en het college opgedragen uiterlijk binnen 20 weken na 7 maart 2023 op al deze verzoeken te besluiten. Deze termijn is inmiddels verstreken. Eiser heeft aangegeven dat het college inmiddels op al deze verzoeken heeft besloten door ze wegens misbruik van procesrecht buiten behandeling te stellen. 3.1.

Eiser heeft daarna nieuwe beroepschriften ingediend naar aanleiding van aanvullende verzoeken. De rechtbank heeft op 15 augustus 2023, 12 oktober 2023 en 22 december 2023 uitgesproken dat het college binnen vier weken op deze aanvullende verzoeken moet beslissen. Deze zaak gaat over nieuwe verzoeken, waarop het college nog niet heeft beslist. Is het beroep kennelijk gegrond? 4. Het beroep is kennelijk gegrond. Eiser heeft de aanvragen ingediend op diverse data. Het college moet binnen vier weken beslissen op de aanvraag. De termijn waarbinnen het college moet beslissen is inmiddels voorbij voor alle aanvragen.

Eiser heeft het college op 18 oktober 2023 in gebreke gesteld met betrekking tot de aanvragen van 10 september 2023, 13 september 2023, 16 september 2023 en 18 september 2023, op 30 oktober 2023 voor de aanvragen van 27 september 2023 en 28 september 2023 en op 2 november 2023 voor de aanvragen van 3 oktober 2023. Sindsdien zijn twee weken verstreken. Welke beslistermijn moet aan het college worden opgelegd? 5. Omdat het college nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen. 5.1. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.

In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen. Het college heeft in het verweerschrift van 27 december 2023 aangegeven dat het door de grote hoeveelheid verzoeken die eiser heeft ingediend niet mogelijk is om op tijd te beslissen. Het college heeft aangegeven dat gelet op de eerdere en lopende procedures van verzoeker intern is besloten extra capaciteit in te zetten op de behandeling van Woo-verzoeken. Het college streeft ernaar de Woo-verzoeken uiterlijk 1 juni 2024 te hebben afgehandeld.

Gelet op het bovenstaande verzoekt het college de uiterlijke beslistermijn vast te stellen op 1 juni 2024. De rechtbank vindt dat dat te lang duurt. De rechtbank erkent dat er veel verzoeken zijn ingediend, maar is ook van oordeel dat het college op de verzoeken moet beslissen. Het betreft hier in totaal 25 nieuwe verzoeken op grond van de Woo. Daar moet het college een redelijke termijn voor krijgen. Eerder heeft de rechtbank geoordeeld dat in een maand tijd 200 verzoeken moeten kunnen worden afgehandeld. Van de latere 31, 16, 9 en 40 verzoeken heeft de rechtbank geoordeeld dat deze in vier weken afgehandeld moeten kunnen worden.

In aansluiting daarop oordeelt de rechtbank dat ook op deze 25 verzoeken binnen vier weken besloten moet kunnen worden. Dat is ook de reguliere beslistermijn voor Woo-verzoeken. Het college moet daarom het besluit nemen binnen vier weken na het verzenden van deze uitspraak. Welke dwangsom wordt aan het college opgelegd? 6. De rechtbank bepaalt dat het college een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het college. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-. Conclusie en gevolgen 7.

Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt, het college de onder 5.1. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het college de onder 6. genoemde dwangsom wordt opgelegd.

8. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit; draagt het college op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken; - bepaalt dat het college aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; - bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van C.J.M. Hendrickx, griffier, op 6 februari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb. Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 maart 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1458. Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 augustus 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5694 en Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 oktober 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7112, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 december 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9024 en ECLI:NL:RBZWB:2023:9074. Dit staat in artikel 4.4 van de Woo.