Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2024:6367 ECLI:NL:RBZWB:2024:6367 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2024:6367 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2024:6367
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/1188 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2024 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende (gesteld gemachtigde: [naam] ), en de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 1 december 2023. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag belasting personenauto’s en motorrijwielen met aanslagnummer [nummer] . 1.1.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2024:6367 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.

Keywords

AI generated
appealable interlocutory decision challenge of administrative decisions insufficiently substantiated grievance objection to debt enforcement lack of prosecutorial standing dismissal during probation

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 6:6 van de Awb
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/1188 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2024 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende (gesteld gemachtigde: [naam] ), en de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 1 december 2023. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag belasting personenauto’s en motorrijwielen met aanslagnummer [nummer] . 1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat [naam] geen machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen.

Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Is een machtiging overgelegd? 4. Het beroepschrift is ingediend door [naam] . Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen juiste machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit het beroep in te stellen namens belanghebbende. De machtiging is op naam van de B.V. en niet op naam van een bevoegd bestuurder. De rechtbank heeft hem in haar bericht van 8 februari 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. 4.1.

Bij bericht van 7 maart 2024 heeft [naam] (onderliggende) uittreksels uit het handelsregister overgelegd en een kopie van het rijbewijs van een bevoegd bestuurder. 4.2. Bij bericht van 18 maart 2024 is [naam] nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken alsnog een juiste machtiging te overleggen op naam van een bevoegd bestuurder. Het overleggen van een kopie van een rijbewijs is namelijk niet gelijk gesteld aan een machtiging om namens belanghebbende te mogen procederen. Bovendien komt de handtekening op het rijbewijs geenszins overeen met die op de machtiging.

Het is onduidelijk gebleven wie de machtiging namens de B.V. heeft getekend en of diegene daartoe bevoegd was. Van de plaatsing van het bericht van 18 maart 2024 is op dezelfde datum een notificatie aan de gemachtigde van belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. [naam] heeft hierop niet gereageerd. Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar? 5. [naam] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat [naam] niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 16 september 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.