Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2024:396 ECLI:NL:RBZWB:2024:396 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2024:396 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2024:396
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/3144 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2024 in de zaak tussen [belanghebbende] , belanghebbende, (gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ), en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 25 april 2023. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2019 met [aanslagnummer] H.96.01. 1.1.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2024:396 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De griffier, De rechter, Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.

Keywords

AI generated
waiver of wage claims employment status unemployment benefits overpayment determination of work incapacity employment status qualification unjustified termination of employment

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 6:6 van de Awb
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/3144 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2024 in de zaak tussen [belanghebbende] , belanghebbende, (gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ), en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 25 april 2023. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2019 met [aanslagnummer] H.96.01. 1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat [gemachtigde] geen machtiging en geen motivering heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen.

Verder zijn ook geen gronden van beroep ingediend. Als niet aan deze eisen wordt voldaan, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Is een machtiging overgelegd? 4. Het beroepschrift is ingediend door [gemachtigde] . Uit het beroepschrift blijkt dat [gemachtigde] niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit het beroep in te stellen namens belanghebbende.

Ook zijn geen gronden van beroep ingediend. Het bijvoegen van een kopie van de uitspraak op bezwaar geldt niet als een motivering. De rechtbank heeft hem bij brief van 12 juni 2023 verzocht om binnen vier weken de verzuimen te herstellen. [gemachtigde] heeft binnen die termijn geen machtiging of gronden ingediend. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 13 juli 2023. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door [gemachtigde] opgegeven adres. Is het niet tijdig herstellen van de verzuimen verontschuldigbaar? 5. [gemachtigde] heeft geen reden gegeven voor de verzuimen.

Er is dus geen verontschuldiging voor de verzuimen gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat [gemachtigde] niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 26 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter, Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.

Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.