ECLI:NL:RBZWB:2023:9652 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Bergen op Zoom zaak/rolnr.: 10655826 CV EXPL 23-2369 vonnis d.d. 30 augustus 2023 inzake Stichting ServiceOrganisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA) tegen [gedaagde] B.V. 1Het verloop van het geding en de beoordeling 1.1 De vordering van de eisende partij blijkt uit de dagvaarding, waarvan een afschrift aan dit vonnis is gehecht. 1.2 De gedaagde partij heeft erkend of niet bestreden dat die vordering juist is, zodat deze zal worden toegewezen, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten met inachtneming van het navolgende. 1.3 De gevorderde nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen, voor zover nakosten gemaakt zullen worden en gedaagde partij niet vrijwillig binnen 14 dagen na aanschrijving van eisende partij aan de veroordeling in het vonnis heeft voldaan.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBZWB:2023:9652 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Daarbij overweegt de kantonrechter dat gedaagde partij, indien deze door de aanschrijving van de eisende partij pas kennis heeft kunnen nemen van de inhoud van het vonnis, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de veroordeling in dit vonnis te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien. De nakosten zullen worden begroot conform landelijk beleid tot een half salarispunt (met een maximum van € 132,00), zijnde een bedrag van € 19,50. Dit bedrag wordt vermeerderd met de betekeningkosten van het vonnis indien het vonnis na de hiervoor genoemde termijn is betekend.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Bergen op Zoom zaak/rolnr.: 10655826 CV EXPL 23-2369 vonnis d.d. 30 augustus 2023 inzake Stichting ServiceOrganisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA) tegen [gedaagde] B.V. 1Het verloop van het geding en de beoordeling 1.1 De vordering van de eisende partij blijkt uit de dagvaarding, waarvan een afschrift aan dit vonnis is gehecht. 1.2 De gedaagde partij heeft erkend of niet bestreden dat die vordering juist is, zodat deze zal worden toegewezen, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten met inachtneming van het navolgende. 1.3 De gevorderde nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen, voor zover nakosten gemaakt zullen worden en gedaagde partij niet vrijwillig binnen 14 dagen na aanschrijving van eisende partij aan de veroordeling in het vonnis heeft voldaan.
Daarbij overweegt de kantonrechter dat gedaagde partij, indien deze door de aanschrijving van de eisende partij pas kennis heeft kunnen nemen van de inhoud van het vonnis, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de veroordeling in dit vonnis te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien. De nakosten zullen worden begroot conform landelijk beleid tot een half salarispunt (met een maximum van € 132,00), zijnde een bedrag van € 19,50. Dit bedrag wordt vermeerderd met de betekeningkosten van het vonnis indien het vonnis na de hiervoor genoemde termijn is betekend.
2De beslissing
De kantonrechter: wijst de vordering toe, met inachtneming van het hierboven overwogene; veroordeelt de gedaagde partij in de kosten aan de kant van de eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 276,44 inclusief een bedrag van € 39,00 als salaris voor de gemachtigde(n); veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen de nakosten, welke voorwaardelijk worden begroot op € 19,50 voor het geval dat gedaagde partij gedurende 14 dagen na aanschrijving door eisende partij niet heeft voldaan aan de bij dit vonnis uitgesproken veroordeling, te vermeerderen met de betekeningkosten van het vonnis indien het vonnis na die termijn is betekend; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 augustus 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.