Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2023:807 ECLI:NL:RBZWB:2023:807 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2023:807 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2023:807
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/5520 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2023 in de zaak tussen [naam verzoekster] , uit [plaatsnaam] , verzoekster (gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel), en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft verweerder op 20 januari 2022 in gebreke gesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op het verzoek van verzoekster van 20 januari 2021 om herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Vervolgens heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2023:807 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep van 18 november 2022 ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft hierop niet gereageerd. Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

Keywords

AI generated
compensation for judicial errors defense costs party costs of attorney remission of procedural costs remuneration of defence counsel statute of limitations bar

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
artikel 8:75a van de Awb
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/5520 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2023 in de zaak tussen [naam verzoekster] , uit [plaatsnaam] , verzoekster (gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel), en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft verweerder op 20 januari 2022 in gebreke gesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op het verzoek van verzoekster van 20 januari 2021 om herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Vervolgens heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder.

In de uitspraak van 12 oktober 2022 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekster heeft tegen de uitspraak van 12 oktober 2022 verzet ingesteld. Vervolgens heeft verzoekster, terwijl de verzetsprocedure nog liep, op 18 november 2022 een nieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op het verzoek van 20 januari 2021. Op 15 december 2022 verklaart de rechtbank het verzet gegrond en naar aanleiding hiervan doet de rechtbank op 2 januari 2023 (opnieuw) uitspraak op het eerste beroep van verzoekster tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op het verzoek van 20 januari 2021.

Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep van 18 november 2022 ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft hierop niet gereageerd. Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder niet tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster. Verzoekster heeft namelijk naar aanleiding van de uitspraak van 2 januari 2023, die volgde op de gegrondverklaring van het verzet tegen de uitspraak van 12 oktober 2022, het beroep van 18 november 2022 ingetrokken.

Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 9 februari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent.

Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.