Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2023:7948 ECLI:NL:RBZWB:2023:7948 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2023:7948 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2023:7948
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/2101 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2023 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. J.C. Kotteman), en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 14 maart 2023. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 3:15a Burgerlijk Wetboek, artikel 3:15a van het BW, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2023:7948 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: J.C. Kotteman heeft binnen die termijnen geen rechtsgeldige machtiging ingediend. Is het niet tijdig indienen van een rechtsgeldige machtiging verontschuldigbaar? 5. mr. J.C. Kotteman heeft hiervoor de volgende reden gegeven. De volmacht die is overgelegd is een persoonlijk ondertekend machtgingsformulier. De handtekening is elektronisch gezet en deze elektronische handtekening wordt gelijkgesteld met een handgeschreven handtekening op basis van artikel 3:15a Burgerlijk Wetboek (BW) jo. artikel 3 sub 10 eIDAS-Verordening. Daarnaast kwalificeert de volmacht als machtigingsformulier, gezien het feit dat de machtiging uitgebreid wordt uitgelegd en gedefinieerd.

Keywords

AI generated
employability for job placement unjustified termination of employment dismissal and abandonment of proceedings access to a profession right to a decision impossibility of performance

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 3:15a Burgerlijk Wetboek
De handtekening is elektronisch gezet en deze elektronische handtekening wordt gelijkgesteld met een handgeschreven handtekening op basis van artikel 3:15a Burgerlijk Wetboek (BW) jo.
artikel 3:15a van het BW
Gelet op de geldende regelgeving, met name artikel 3:15a van het BW in combinatie met artikel 3 onderdeel 10 van de verordening (EU) nr.
artikel 6:6 van de Awb
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/2101 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2023 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. J.C. Kotteman), en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 14 maart 2023. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat mr. J.C. Kotteman geen rechtsgeldige machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een rechtsgeldige machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Is een rechtsgeldige machtiging overgelegd? 4. Het beroepschrift is ingediend door mr. J.C. Kotteman. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van [eiser] . Bij zijn beroepschrift heeft mr. J.C. Kotteman als bijlage een schriftelijke machtiging overgelegd. Deze schriftelijke machtiging is echter geen rechtsgeldige machtiging waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit het beroep in te stellen namens [eiser] . De rechtbank heeft hem bij brief van 19 mei 2023 en bij aangetekende brieven van 23 juni 2023 en 27 juli 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. mr.

J.C. Kotteman heeft binnen die termijnen geen rechtsgeldige machtiging ingediend. Is het niet tijdig indienen van een rechtsgeldige machtiging verontschuldigbaar? 5. mr. J.C. Kotteman heeft hiervoor de volgende reden gegeven. De volmacht die is overgelegd is een persoonlijk ondertekend machtgingsformulier. De handtekening is elektronisch gezet en deze elektronische handtekening wordt gelijkgesteld met een handgeschreven handtekening op basis van artikel 3:15a Burgerlijk Wetboek (BW) jo. artikel 3 sub 10 eIDAS-Verordening. Daarnaast kwalificeert de volmacht als machtigingsformulier, gezien het feit dat de machtiging uitgebreid wordt uitgelegd en gedefinieerd.

6. Dat is geen verontschuldiging voor dit verzuim. Anders dan mr. J.C. Kotteman meent is er geen sprake van een persoonlijk ondertekend machtigingsformulier. Uit de ingediende volmacht blijkt niet welke methode is gebruikt voor de elektronische handtekening. Het gevolg hiervan is dat de handtekening niet verifieerbaar is voor de rechtbank. Gelet op de geldende regelgeving, met name artikel 3:15a van het BW in combinatie met artikel 3 onderdeel 10 van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees parlement en de raad van 23 juli 2014, is dat wel vereist.

Uit het beroepschrift blijkt dat mr. J.C. Kotteman niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 10 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.