Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2023:7807 ECLI:NL:RBZWB:2023:7807 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2023:7807 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2023:7807
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02/038768-20 rk.nummer: 23-009120 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager] geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] Thans gedetineerd in: P.1. Vught Lunettenlaan 501 5263 NT Vught woonplaats kiezende ten kantore van mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg, op het adres: Tivolistraat 30 5017 HR Tilburg hierna te noemen: klager.

Legislator headnote

AI generated

artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 552a Sv, artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:RBZWB:2023:7807 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Sv), waaruit blijkt dat op 12 februari 2020 onder klager (nogmaals) in beslag is genomen: een geldbedrag van € 30.000,- (hierna te noemen: nogmaals in beslag genomen geldbedrag) het klaagschrift, ingediend op 7 april 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; het verweerschrift van het Openbaar Ministerie; de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 3 augustus 2023. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. M.E.W.G. Stals en mr. G.J. Woodrow als gemachtigd raadsman van klager.

Keywords

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering artikel 552a Sv artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02/038768-20 rk.nummer: 23-009120 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager] geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] Thans gedetineerd in: P.1.
artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering
artikel 552a Sv
artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02/038768-20 rk.nummer: 23-009120 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager] geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] Thans gedetineerd in: P.1. Vught Lunettenlaan 501 5263 NT Vught woonplaats kiezende ten kantore van mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg, op het adres: Tivolistraat 30 5017 HR Tilburg hierna te noemen: klager.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 12 februari 2020 onder klager in beslag is genomen: een personenauto, merk Volkswagen, type Polo, kleur grijs met [kenteken] (hierna te noemen: de personenauto) de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 12 februari 2020 onder klager in beslag is genomen: een geldbedrag van € 48.220,- (hierna te noemen: geldbedrag) de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen:

Sv), waaruit blijkt dat op 12 februari 2020 onder klager (nogmaals) in beslag is genomen: een geldbedrag van € 30.000,- (hierna te noemen: nogmaals in beslag genomen geldbedrag) het klaagschrift, ingediend op 7 april 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; het verweerschrift van het Openbaar Ministerie; de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 3 augustus 2023. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. M.E.W.G. Stals en mr. G.J. Woodrow als gemachtigd raadsman van klager.

Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. Het klaagschrift strekt tot opheffing van het onder klager in beslag genomen geldbedrag van € 48.220,- een personenauto Volkswagen Polo met [kenteken] en de overige in beslag genomen goederen met last tot teruggave aan klager. Klager voert hierbij aan eigenaar van het beslag te zijn en daarvan geen afstand te hebben gedaan. Klager stelt dat het strafvorderlijk belang bij het voortduren van het beslag ontbreekt. Het voortduren van het beslag acht belanghebbende in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

In raadkamer heeft de advocaat desgevraagd hieraan toegevoegd dat er reeds € 18.000,- aan het CJIB is teruggegeven ten behoeve van de schadeloosstelling van de benadeelde partijen en dat de resterende € 30.000,- in het kader van een andere strafzaak jegens klager opnieuw in beslag is genomen. Uit de stukken blijkt dat klager op 20 december 2023 afstand heeft gedaan van het nogmaals in beslag genomen geldbedrag om de 326 slachtoffers van gepleegde internetfraude schadeloos te stellen. Daarnaast voert de advocaat in raadkamer aan dat de waarde van de auto inmiddels aan klager is teruggegeven.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek, nu deze het verzoekschrift te laat heeft ingediend én het beslag (de waarde van de personenauto) aan klager is teruggegeven, er € 18.000,- aan het CJIB is teruggegeven en klager middels een procesafspraak afstand heeft gedaan van het nogmaals in beslag genomen geldbedrag van € 30.000,-.

2De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Het klaagschrift is tijdig ingediend, nu er vervolging is ingesteld en het verzoek is ingediend binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van de veroordeling, waarmee een einde aan de vervolgde zaak is gekomen.. De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 /94a Sv reeds is geëindigd omdat de vervangende waarde van de personenauto aan klager is teruggegeven, er € 18.000,- is teruggegeven welk bedrag via het CJIB ten behoeve van de schadeloosstelling van de benadeelde partijen wordt gebruikt, en dat de resterende € 30.000,- in het kader van een andere strafzaak jegens klager opnieuw in beslag is genomen. Uit de stukken blijkt daarnaast dat klager op 20 december 2023 afstand heeft gedaan van het nogmaals in beslag genomen geldbedrag van € 30.000,- om de 326 slachtoffers van gepleegde internetfraude schadeloos te stellen. De rechtbank zal klager niet ontvankelijk verklaren in zijn beklag.

3De beslissing

De rechtbank verklaart: - klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift. Deze beslissing is op 17 augustus 2023 gegeven door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 augustus 2023. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).