Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2023:7244 ECLI:NL:RBZWB:2023:7244 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2023:7244 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2023:7244
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/3380 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2023 in de zaak tussen [verzoeker], uit [plaats], verzoeker (gemachtigde: mr. M.J. van Dam), en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek om herziening van de uitspraak van deze rechtbank van 13 november 2013 (het herzieningsverzoek).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2023:7244 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, in combinatie met artikel 8:119, tweede lid, van de Awb.

Keywords

AI generated
supplementary tax assessment procedure timeliness of tax assessment witness compensation inspection fee tax investigation compensation for judicial errors
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/3380 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2023 in de zaak tussen [verzoeker], uit [plaats], verzoeker (gemachtigde: mr. M.J. van Dam), en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek om herziening van de uitspraak van deze rechtbank van 13 november 2013 (het herzieningsverzoek).

2. Verzoeker heeft het herzieningsverzoek ingetrokken nadat de inspecteur op 11 augustus 2023 alsnog de gevolgen van de hiervoor genoemde uitspraak van de rechtbank ongedaan heeft gemaakt en de aan verzoeker opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2007 heeft verminderd, ervan uitgaande dat verzoeker in dat jaar niet premieplichtig was in Nederland. 2.1. De inspecteur heeft in reactie op het herzieningsverzoek opgemerkt dat verzoeker recht heeft op een proceskostenvergoeding en op vergoeding van het griffierecht. 2.2. Aangezien tussen partijen dus kennelijk niet in geschil is dat verzoeker recht heeft op een proceskostenvergoeding en op vergoeding van het griffierecht, doet de rechtbank zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

3. De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker. Deze kosten worden overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 837 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde van € 837 per punt).

4. De rechtbank wijst erop dat de inspecteur verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50 te vergoeden.. Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot de inspecteur wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 837 aan proceskosten aan verzoeker. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, in aanwezigheid van mr. W.C.C. Koreman-de Bok, griffier, en op 19 oktober 2023 openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, in combinatie met artikel 8:119, tweede lid, van de Awb.