Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2023:672 ECLI:NL:RBZWB:2023:672 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2023:672 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2023:672
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 22/5035 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2023 in de zaak tussen [naam verzoeker], uit [plaatsnaam], verzoeker (gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel), en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft verweerder op 7 februari 2022 in gebreke gesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op het verzoek van 22 december 2020 om herbeoordeling van verzoekers situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Vervolgens heeft verzoeker op 27 oktober 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2023:672 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker.

Keywords

AI generated
procedural costs assessment of costs legal representation costs unnecessary costs right to a decision costs of investigation

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
artikel 8:75a van de Awb
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 22/5035 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2023 in de zaak tussen [naam verzoeker], uit [plaatsnaam], verzoeker (gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel), en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft verweerder op 7 februari 2022 in gebreke gesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op het verzoek van 22 december 2020 om herbeoordeling van verzoekers situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Vervolgens heeft verzoeker op 27 oktober 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder.

De rechtbank heeft het beroepschrift op 28 oktober 2022 ontvangen. In de besluiten van 16 november 2022 heeft verweerder alsnog beslist op het verzoek van 22 december 2020. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft hierop niet gereageerd. Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker.

Verweerder heeft namelijk pas op 16 november 2022 beslist op het verzoek van 22 december 2020. Dit is ruim na de wettelijke beslistermijn. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb vast. Daarbij merkt de rechtbank het gewicht van de onderhavige zaak aan als licht (wegingsfactor 0,5), gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is overwogen dat geschillen met betrekking tot het uitblijven van een besluit als licht moeten worden beschouwd.

De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 418,50. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs.

E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 1 februari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.