ECLI:NL:RBZWB:2023:671 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/5910 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2023 in de zaak tussen [naam eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op eiseres haar aanvraag van 3 juni 2021 om herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Legislator headnote
AI generatedArtikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBZWB:2023:671 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op eiseres haar aanvraag van 3 juni 2021 om herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/5910 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2023 in de zaak tussen [naam eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op eiseres haar aanvraag van 3 juni 2021 om herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 22 december 2022 eiseres in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Omdat eiseres na afloop van de gestelde termijn alsnog heeft betaald, zal het bedrag worden teruggestort.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 1 februari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent.
Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.