Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2023:45 ECLI:NL:RBZWB:2023:45 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2023:45 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2023:45
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/1624 BELEI uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 januari 2023 in de zaak tussen [naam verzoeker] , uit [plaatsnaam] , verzoeker, en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Breda (de SVB). Procesverloop Met het besluit van 7 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft de SVB de aanvraag van verzoeker voor een tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling Kinderopvang zonder overheidsvergoeding (TKKZO) afgewezen. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2023:45 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Verzoeker heeft hierop niet gereageerd. Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Keywords

AI generated
costs of late payment social security litigation bank charges charging of procedural costs payment of cost deposit reimbursement of costs

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek.
artikel 8:75a van de Awb
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/1624 BELEI uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 januari 2023 in de zaak tussen [naam verzoeker] , uit [plaatsnaam] , verzoeker, en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Breda (de SVB). Procesverloop Met het besluit van 7 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft de SVB de aanvraag van verzoeker voor een tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling Kinderopvang zonder overheidsvergoeding (TKKZO) afgewezen. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Met het besluit van 8 augustus 2022 heeft de SVB het bestreden besluit ingetrokken en in plaats daarvan besloten het bezwaar gegrond te verklaren en de gevraagde tegemoetkoming op basis van de TTKZO toch toe te wijzen. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek de SVB te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De SVB heeft op het verzoek gereageerd met het bericht dat zij het griffierecht en de door verzoeker betaalde portikosten van € 9,- reeds aan hem uitbetaald heeft. De rechtbank heeft verzoeker meermaals verzocht mede te delen of hij het verzochte bedrag heeft ontvangen en of hij nog een uitspraak op zijn verzoek wenst.

Verzoeker heeft hierop niet gereageerd. Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. De SVB is met het besluit van 8 augustus 2022 geheel aan verzoeker tegemoet gekomen. Verzoeker heeft tijdens de bezwaarfase niet verzocht om vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten. De beoordeling hierna over de gevraagde proceskostenveroordeling beperkt zich daarom tot de beroepsfase. Op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb is de SVB verplicht het door verzoeker betaalde griffierecht te vergoeden. De SVB heeft laten weten het griffierecht al aan verzoeker betaald te hebben. Op grond van artikel 1 van het Bpb komen de volgende kosten voor een proceskostenvergoeding in aanmerking: kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, kosten van een getuige of deskundige, kosten van een tolk, reis- en verblijfkosten van een partij of belanghebbende, verletkosten, kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.

Verzoeker heeft verzocht om een vergoeding van portikosten. Nu de SVB deze reeds aan hem heeft betaald, heeft verzoeker niet minder ontvangen dan waarop hij recht zou hebben volgens het Bpb. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verzoeker het doel dat hem met zijn verzoek voor ogen stond daarom al bereikt, en heeft hij geen belang bij een verdere inhoudelijke behandeling van zijn verzoek. Omdat verzoeker geen procesbelang meer heeft, zal de rechtbank hem niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. Beslissing De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.B. van Onzenoort, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2023. De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.