Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2023:258 ECLI:NL:RBZWB:2023:258 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2023:258 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2023:258
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Bergen op Zoom zaak/rolnr.: 9719693 \ CV EXPL 22-642 vonnis d.d. 4 januari 2023 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Oxxio Nederland B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam, eiseres, verder te noemen: Oxxio, gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders. tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, verder te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1Het verloop van het geding 1.1 De procesgang blijkt uit het tussenvonnis van 22 juni 2022 en de daarin genoemde processtukken. 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 december 2022.

Legislator headnote

AI generated

artikel 88 lid 2 Rv, artikel 6:96 lid 6 BW; ECLI:NL:RBZWB:2023:258 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Zij stelt door Oxxio lichtvaardig te zijn betrokken in een procedure. [gedaagde] heeft meermaals verzocht om informatie te verschaffen teneinde te bezien of een minnelijke oplossing mogelijk was. Oxxio is nalatig geweest door deze informatie niet te verstrekken, waardoor Oxxio nu ook geen recht heeft op wettelijke rente en vergoeding van de incassokosten. 3.4 De standpunten van partijen komen hierna – voor zover relevant – nader aan de orde. 4De beoordeling 4.1 De kantonrechter stelt voorop dat hij uit het niet verschijnen van [gedaagde] op de mondelinge behandeling de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht (artikel 88 lid 2 Rv). 4.2 Oxxio heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde] een bedrag van € 2.336,58 onbetaald heeft gelaten.

Keywords

AI generated
late payment of fees recurrent expenditure unpaid invoices overpaid insurance benefits installment payments failure to keep accounts

Cited Legislation

AI generated
artikel 88 lid 2 Rv
4De beoordeling 4.1 De kantonrechter stelt voorop dat hij uit het niet verschijnen van [gedaagde] op de mondelinge behandeling de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht (artikel 88 lid 2 Rv).
artikel 6:96 lid 6 BW
Aangezien de inhoud van deze brief voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW en het gevorderde bedrag van € 350,49 overeenkomt met het in het Besluit bepaalde tarief, is ook dit deel van de vordering toewijsbaar.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Bergen op Zoom zaak/rolnr.: 9719693 \ CV EXPL 22-642 vonnis d.d. 4 januari 2023 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Oxxio Nederland B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam, eiseres, verder te noemen: Oxxio, gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders. tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, verder te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1Het verloop van het geding 1.1 De procesgang blijkt uit het tussenvonnis van 22 juni 2022 en de daarin genoemde processtukken. 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 december 2022.

De heer [naam] , ter zitting aanwezig namens Syncasso Gerechtsdeurwaarders, heeft een betalingenspecificatie van twee pagina’s overgelegd. [gedaagde] was, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen en zonder enige kennisgeving aan de rechtbank, niet ter zitting aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken. 1.3 Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2De feiten 2.1 Tussen partijen heeft een overeenkomst bestaan, op basis waarvan Oxxio vanaf 31 januari 2014 tot 17 juni 2021 stroom en gas heeft geleverd op het woonadres van [gedaagde] aan de [woonadres] . 2.2 Oxxio heeft voor het verbruik van stroom en gas in de periode van 20 februari 2020 tot 20 februari 2021 een jaarnota gedateerd 2 maart 2021 ter hoogte van € 496,50 verstuurd.

Daarbij zijn de reeds bij [gedaagde] in rekening gebrachte maandelijkse voorschotten – zoals vermeld op de jaarnota – in mindering gebracht op de totale kosten over de verbruiksperiode, waarna een bij te betalen bedrag resteerde van € 200,50 (te vermeerderen met het nieuwe termijnbedrag met ingang van 1 maart 2021 ad € 296,00 per maand). 2.3 Oxxio heeft voor het gebruik van stroom en gas in de periode van 20 februari 2021 tot 17 juni 2021 een eindnota gedateerd 25 juni 2021 ter hoogte van € 298,48 verstuurd. Ook daarvoor geldt dat daarbij de reeds bij [gedaagde] in rekening gebrachte maandelijkse voorschotten – zoals vermeld op de jaarnota – in mindering zijn gebracht op de totale kosten over de verbruiksperiode 3Het geschil 3.1 Oxxio vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan Oxxio tegen behoorlijke kwijting te voldoen € 2.728,86 (bestaande uit € 2.336,58 aan hoofdsom, € 41,79 aan wettelijke rente vanaf 30 dagen na factuurdatum tot de dag van dagvaarding (15 februari 2022) en € 350,49 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.336,58 vanaf 15 februari 2022 tot de dag van algehele voldoening en [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding. 3.2 Oxxio legt – kort gezegd – aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] ten onrechte een zestal voorschotnota’s (deels) niet heeft voldaan, alsmede de jaar- en de eindnota onbetaald heeft gelaten. 3.3 [gedaagde] voert verweer.

Zij stelt door Oxxio lichtvaardig te zijn betrokken in een procedure. [gedaagde] heeft meermaals verzocht om informatie te verschaffen teneinde te bezien of een minnelijke oplossing mogelijk was. Oxxio is nalatig geweest door deze informatie niet te verstrekken, waardoor Oxxio nu ook geen recht heeft op wettelijke rente en vergoeding van de incassokosten. 3.4 De standpunten van partijen komen hierna – voor zover relevant – nader aan de orde. 4De beoordeling 4.1 De kantonrechter stelt voorop dat hij uit het niet verschijnen van [gedaagde] op de mondelinge behandeling de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht (artikel 88 lid 2 Rv). 4.2 Oxxio heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde] een bedrag van € 2.336,58 onbetaald heeft gelaten.

Aangezien [gedaagde] tegen het bestaan en/of de omvang van de vordering geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd, ligt de vordering tot zover voor toewijzing gereed. 4.3 Het verweer van [gedaagde] dat zij ondanks herhaaldelijk verzoek daartoe geen specificaties kreeg van Oxxio, kan haar niet baten. [gedaagde] heeft niet betwist dat zij de jaar- en eindnota heeft ontvangen, terwijl daarin voldoende gespecificeerd is hoeveel stroom en gas zij heeft verbruikt en welke kosten daaraan zijn verbonden. Niet valt in te zien welke nadere informatie Oxxio nog aan [gedaagde] zou hebben moeten verschaffen. [gedaagde] verkeerde derhalve in verzuim vanaf de vervaldata van de betreffende facturen. 4.4 Daarnaast vordert Oxxio de wettelijke rente over de hoofdsom, namelijk € 41,79 vanaf 30 dagen na factuurdatum tot 15 februari 2022 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2022 tot de dag van algehele voldoening.

Aangezien [gedaagde] hier – behalve hetgeen onder 4.3 reeds is overwogen – geen afzonderlijk verweer tegen heeft gevoerd, zal dit deel van de vordering eveneens worden toegewezen. 4.5 Ten slotte vordert Oxxio een vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. [gedaagde] betwist de brief van 2 december 2021 te hebben ontvangen. Daartegenover heeft Oxxio gesteld dat zij deze brief op 2 december 2021 heeft aangeboden aan PostNL en dat de brief is verstuurd naar het adres van [gedaagde] (zijnde hetzelfde adres waar ook de stroom en het gas aan geleverd zijn) en dat zij die niet als onbestelbaar retour heeft ontvangen..

In dat licht is een enkele ontkenning onvoldoende en had het op de weg van [gedaagde] gelegen haar betwisting nader te onderbouwen. Aangezien de inhoud van deze brief voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW en het gevorderde bedrag van € 350,49 overeenkomt met het in het Besluit bepaalde tarief, is ook dit deel van de vordering toewijsbaar. 4.6 [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Oxxio begroot op € 1.030,22, bestaande uit: explootkosten € 107,22, griffierecht € 487,00, salaris gemachtigde € 436,00 (2 punten x € 218,00).

5De beslissing

De kantonrechter: 5.1 veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijke kwijting aan Oxxio te betalen € 2.728,86, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.336,58 vanaf 15 februari 2022 tot aan de dag van algehele voldoening; 5.2 veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van Oxxio tot op heden begroot op € 1.030,22; 5.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.