Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2023:227 ECLI:NL:RBZWB:2023:227 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2023:227 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2023:227
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingen zaaknummer: BRE 22/2549 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2023 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [vestigingsplaats] , belanghebbende, (gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ), en De heffingsambtenaar van de gemeente Roosendaal, de heffingsambtenaar. Procesverloop Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 22 maart 2022 beroep ingesteld. Het beroep ziet op de aanslag leges met nummer [aanslagnummer] . Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2023:227 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. De gesteld gemachtigde heeft bij het beroepschrift geen informatie bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd dan wel bevoegd is beroep in te stellen namens belanghebbende.

Keywords

AI generated
timely postal transmission right of withdrawal untimely restitution petition timeliness of recusal request lack of signature statute of limitations bar

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingen zaaknummer: BRE 22/2549 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2023 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [vestigingsplaats] , belanghebbende, (gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ), en De heffingsambtenaar van de gemeente Roosendaal, de heffingsambtenaar. Procesverloop Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 22 maart 2022 beroep ingesteld. Het beroep ziet op de aanslag leges met nummer [aanslagnummer] . Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. De gesteld gemachtigde heeft bij het beroepschrift geen informatie bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd dan wel bevoegd is beroep in te stellen namens belanghebbende.

De rechtbank heeft bij aangetekende brief van 26 september 2022 verzocht om binnen twee weken dit verzuim te herstellen. Daarbij is verzocht een uittreksel uit het handelsregister toe te sturen waaruit blijkt wie als (uiteindelijk) bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. De gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn niet gereageerd en heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 20 januari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent.

Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.