ECLI:NL:RBZWB:2022:8510 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Legislator summary
AI generatedvonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Middelburg zaaknummer / rolnummer: C/02/398402 / HA ZA 22-299 Vonnis van 20 juli 2022 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres, advocaat mr. E.W. Bosch te Honselersdijk, tegen [gedaagde] , wonende te [woonadres] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.2.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBZWB:2022:8510 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: E.W. Bosch te Honselersdijk, tegen [gedaagde] , wonende te [woonadres] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.2.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Middelburg zaaknummer / rolnummer: C/02/398402 / HA ZA 22-299 Vonnis van 20 juli 2022 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres, advocaat mr. E.W. Bosch te Honselersdijk, tegen [gedaagde] , wonende te [woonadres] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.2.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op: - dagvaarding € 127,43 - griffierecht 86,00 - salaris advocaat 3.214,00 (1,0 punt × tarief € 3.214,00) Totaal € 3.427,43 3De beslissing De rechtbank 3.1. verklaart voor recht dat gedaagde aansprakelijk is voor de door eiseres geleden en nog te lijden schade door het voorval op 26 augustus 2020; 3.2. verklaart voor recht dat de schade, aldus begroot, wordt vastgesteld op € 668.350,11 inclusief fiscale component, doch exclusief wettelijke rente vanaf 15 november 2021; 3.3. veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na heden tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 668.350,11 (zeshonderdduizendachtenzestig driehonderdvijftig euro en elf eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 november 2021 tot aan de dag van volledige betaling; 3.4. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 3.427,43, 3.5. verklaart dit vonnis voor wat betreft 3.3 en 3.4 uitvoerbaar bij voorraad, 3.6. wijst het meer of anders gevorderde af, Dit vonnis is gewezen door mr.
Ponds en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2022.