Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:847 ECLI:NL:RBZWB:2022:847 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:847 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:847
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: C/02/394709 / HA RK 22-34 beslissing van 21 februari 2022 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering van: [verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres], verder te noemen verzoekster,advocaat: mr. H. Goedegebure, advocaat te Middelburg.

Legislator headnote

AI generated

artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 512 Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:RBZWB:2022:847 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Het verzoek strekt tot wraking van mr. G.H. Nomes (hierna: de rechter), optredend als politierechter in de hiervoor genoemde strafzaak. 3De beoordeling 3.1 Op grond van artikel 512 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 513, eerste lid, Sv wordt het verzoek tot wraking gedaan, zodra de feiten of omstandigheden als hiervoor bedoeld aan de verzoekster bekend zijn geworden. 3.2 Voordat tot inhoudelijke behandeling van het verzoek kan worden overgegaan, dient te worden beoordeeld of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan.

Keywords

AI generated
late recusal request missed deadline belatedly submitted evidence partial claim untimely reasoned statement statute of limitations bar

Cited Legislation

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering
artikel 512 Wetboek van Strafvordering
3De beoordeling 3.1 Op grond van artikel 512 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: C/02/394709 / HA RK 22-34 beslissing van 21 februari 2022 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering van: [verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres], verder te noemen verzoekster,advocaat: mr. H. Goedegebure, advocaat te Middelburg.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit het door de wrakingskamer op 15 februari 2022 ontvangen proces-verbaal van de zitting van 14 februari 2022 van de politierechter mr. G.H. Nomes, belast met de behandeling van de strafzaak met parketnummers 02/310327-21 en 02/036065-21 (TUL), tijdens welke zitting het verzoek tot wraking is gedaan.

2Het verzoek

Het verzoek strekt tot wraking van mr. G.H. Nomes (hierna: de rechter), optredend als politierechter in de hiervoor genoemde strafzaak. 3De beoordeling 3.1 Op grond van artikel 512 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 513, eerste lid, Sv wordt het verzoek tot wraking gedaan, zodra de feiten of omstandigheden als hiervoor bedoeld aan de verzoekster bekend zijn geworden. 3.2 Voordat tot inhoudelijke behandeling van het verzoek kan worden overgegaan, dient te worden beoordeeld of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan.

Het verzoek moet worden gedaan zodra de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden bekend zijn geworden. Bovendien moet het wrakingsverzoek zijn ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd. Dat betekent dat als een rechter met het doen van de einduitspraak is begonnen, er geen wrakingsverzoek meer kan worden ingediend. De wrakingskamer wijst in dit verband op artikel 1, vijfde lid van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, dat luidt: Het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de in lid 4 bedoelde feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden en voordat in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van de einduitspraak. 3.3 In dit geval heeft de rechter op 14 februari 2022 aan het einde van de mondelinge behandeling het onderzoek ter terechtzitting in voornoemde zaak gesloten en meteen mondeling uitspraak gedaan.

Tijdens de motivering daarvan is de rechter door verzoekster onderbroken en door haar gewraakt. Gelet op het bepaalde in artikel 1, vijfde lid van het wrakingsprotocol van deze rechtbank is het verzoek daarom te laat gedaan. Deze omstandigheid moet ertoe leiden dat verzoekster niet in het wrakingsverzoek kan worden ontvangen. Wraking van een rechter is op grond van de wet alleen mogelijk zolang een zaak wordt behandeld door die rechter. De wetgever heeft niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het geven van een eindbeslissing.

Met die beslissing is iedere verdere bemoeienis van die rechter met de zaak geëindigd. 3.4 Omdat sprake is van niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub d van het wrakingsprotocol van deze rechtbank.

4De beslissing

De rechtbank: verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek; bepaalt dat de behandeling van de strafzaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek. Deze beslissing is gegeven op 21 februari 2022 door mr. M.J.L. Holierhoek, mr. T. Peters en mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, in tegenwoordigheid van mr. H. Holtgrefe, griffier, en in het openbaar uitgesproken.