Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:8337 ECLI:NL:RBZWB:2022:8337 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:8337 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:8337
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Breda parketnummer : 02/156129-22 rk.nummer : 22-014387 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994, ingekomen ter griffie op 13 juli 2022 strekkende tot de teruggave van het ingevorderde rijbewijs in de zaak: [klager] wonende te [woonadres],woonplaats kiezende ten kantore van mr. I.M. d'Hont, Michiel de Ruyterstraat 2, 4819 AD Breda 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: het klaagschrift; het proces-verbaal van de politie; de beslissing van het Openbaar Ministerie van 23 juni 2022 het rijbewijs niet terug te geven aan klager; het proces-verbaal van het onderzoek door de raadkamer van 22 juli 2022, waaruit blijkt dat de officier van justitie, de raadsvrouw van klager en klager zijn gehoord.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:8337 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: De rechtbank verklaart het beklag ongegrond. Deze beslissing is op 5 augustus 2022 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 augustus 2022. Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Breda parketnummer : 02/156129-22 rk.nummer : 22-014387 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994, ingekomen ter griffie op 13 juli 2022 strekkende tot de teruggave van het ingevorderde rijbewijs in de zaak: [klager] wonende te [woonadres],woonplaats kiezende ten kantore van mr. I.M. d'Hont, Michiel de Ruyterstraat 2, 4819 AD Breda 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: het klaagschrift; het proces-verbaal van de politie; de beslissing van het Openbaar Ministerie van 23 juni 2022 het rijbewijs niet terug te geven aan klager; het proces-verbaal van het onderzoek door de raadkamer van 22 juli 2022, waaruit blijkt dat de officier van justitie, de raadsvrouw van klager en klager zijn gehoord.

2De beoordeling

Gelet op de ernst van het feit waarvan de klager wordt verdacht, het strafblad van de klager en ondanks zijn persoonlijke omstandigheden moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de klager een onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd, van langere duur dan de tijd dat het rijbewijs thans wordt ingehouden. De rechtbank is van oordeel dat de belangen van de verkeersveiligheid thans zwaarder wegen dan de persoonlijke belangen van de klager. De door de klager aangevoerde bijzondere persoonlijke omstandigheden, zijn niet van zodanige aard dat tot een ander oordeel moet worden gekomen. De rechtbank overweegt daarbij dat het missen van het rijbewijs voor de klager weliswaar ongemak met zich zal brengen, maar dat anderzijds niet is gebleken dat dit voor de klager tot onoverkomelijke bezwaren zal leiden. Het beklag zal dan ook ongegrond worden verklaard.

3De beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond. Deze beslissing is op 5 augustus 2022 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 augustus 2022. Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.