Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:7646 ECLI:NL:RBZWB:2022:7646 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:7646 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:7646
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 22/3147 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2022 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende, (gesteld gemachtigde: [gemachtigde]), en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Procesverloop De gesteld gemachtigde heeft namens belanghebbende beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 27 april 2022. Het beroep is ingediend bij rechtbank Den Haag, die het beroepschrift door heeft gezonden naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, omdat deze rechtbank bevoegd is het beroepschrift te behandelen.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBZWB:2022:7646 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Het beroep ziet op naheffingsaanslag loonheffingen over het jaar 2015 met aanslagnummer [aanslagnummer]. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.

Keywords

AI generated
restoration of deadline reopening of proceedings in absentia right to a decision appealability of remand decision timeliness of recusal request forfeiture of recourse rights

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 22/3147 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2022 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende, (gesteld gemachtigde: [gemachtigde]), en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Procesverloop De gesteld gemachtigde heeft namens belanghebbende beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 27 april 2022. Het beroep is ingediend bij rechtbank Den Haag, die het beroepschrift door heeft gezonden naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, omdat deze rechtbank bevoegd is het beroepschrift te behandelen.

Het beroep ziet op naheffingsaanslag loonheffingen over het jaar 2015 met aanslagnummer [aanslagnummer]. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.

Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. De gesteld gemachtigde heeft bij het beroepschrift een machtiging bijgevoegd die is ondertekend door [naam 1]. Uit de overgelegde uittreksels van de Kamer van Koophandel blijkt echter deze persoon samen met een andere bestuurder, [naam 2], gezamenlijk bevoegd is. De machtiging is niet mede-ondertekend door deze laatste persoon. De rechtbank heeft bij van 11 juli 2022 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen en een machtiging te overleggen van beide bestuurders.

Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 19 augustus 2022 met een laatste termijn van twee weken. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgehaald op een afhaallocatie van PostNL. De gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen machtiging ingediend en heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 16 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.