Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:7618 ECLI:NL:RBZWB:2022:7618 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:7618 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:7618
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/5140 uitspraak van de rechtbank van 16 december 2022 in de zaak tussen [naam verzoeker], uit [woonplaats verzoeker], eiser, (gemachtigde: [naam gemachtigde]), en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder. Procesverloop De gemachtigde heeft namens eiser op 4 november 2022 een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak. Overwegingen 1. Uit het verzoekschrift kan de rechtbank niet afleiden tegen welk besluit van het college het verzoek zich richt.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBZWB:2022:7618 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Procesverloop De gemachtigde heeft namens eiser op 4 november 2022 een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak. Overwegingen 1. Uit het verzoekschrift kan de rechtbank niet afleiden tegen welk besluit van het college het verzoek zich richt.

Keywords

AI generated
rights and obligations of staff institution called upon to act job offer action challenging schedule of claims revocable offer request for appointment

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/5140 uitspraak van de rechtbank van 16 december 2022 in de zaak tussen [naam verzoeker], uit [woonplaats verzoeker], eiser, (gemachtigde: [naam gemachtigde]), en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder. Procesverloop De gemachtigde heeft namens eiser op 4 november 2022 een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak. Overwegingen 1. Uit het verzoekschrift kan de rechtbank niet afleiden tegen welk besluit van het college het verzoek zich richt.

Als bijlage bij het verzoekschrift is een aanmaning van het college meegezonden waarop met pen staat geschreven ‘Eén van de vele kwalijkheden’. In het verzoekschrift staat dat post van de rechtbank naar hem toegezonden moet worden en niet naar zijn gemachtigde. Bij brief van 4 november 2022 heeft de rechtbank eiser gevraagd om toe te lichten of hij door middel van het verzoekschrift heeft bedoeld om een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen en tegen welk besluit dat verzoek is gericht. Als reactie daarop heeft eiser telefonisch medegedeeld dat het niet is bedoeld als een verzoek om een voorlopige voorziening.

Op verzoek van eiser heeft de rechtbank op 17 november 2022 aan hem een kopie toegezonden van het door zijn gemachtigde ingediende verzoekschrift en heeft de rechtbank eiser gevraagd om toe te lichten tegen welk besluit eiser wenst om beroep in te stellen. De rechtbank heeft daar geen reactie op ontvangen.

2. Een beroepschrift moet een omschrijving geven van het besluit waartegen het is gericht. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, onder c, van de Awb. Omdat in het verzoekschrift wordt gesproken over een inzageverzoek van verzoeker, de AVG, een kennelijke weigering en betalingsverzoeken, is voor de rechtbank niet duidelijk waartegen het beroep zich richt. Beroep is op grond van artikel 8:4, eerste lid, onder b, van de Awb niet mogelijk tegen een aanmaning. Eiser heeft desgevraagd geen duidelijkheid gegeven over het besluit waartegen zijn beroep is gericht. Gelet daarop zal de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaren.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzoek dan wel beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 16 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 6:6, onder a, van de Awb.