Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:7572 ECLI:NL:RBZWB:2022:7572 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:7572 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:7572
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/3453 CRTV uitspraak van 13 december 2022 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [naam verzoekster] , te [plaatsnaam] verzoekster, gemachtigde: mr. A.J.H.M. Borgers-Leermakers, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Rotterdam), verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 juli 2021 (bestreden besluit) van het UWV inzake de vaststelling van de hoogte van de compensatie voor de betaalde transitievergoeding.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:7572 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en de hoogte van de compensatie vastgesteld op € 35.711,76. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

Keywords

AI generated
building permit approval planning approval standing against building permit obligation to build demolition permit planning permission variance
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/3453 CRTV uitspraak van 13 december 2022 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [naam verzoekster] , te [plaatsnaam] verzoekster, gemachtigde: mr. A.J.H.M. Borgers-Leermakers, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Rotterdam), verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 juli 2021 (bestreden besluit) van het UWV inzake de vaststelling van de hoogte van de compensatie voor de betaalde transitievergoeding.

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en de hoogte van de compensatie vastgesteld op € 35.711,76. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 5 juli 2022 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.300,00 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, met een waarde per punt van € 541,00 en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,00 en een wegingsfactor 1.

3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 360,00 aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is. Beslissing De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.300,00. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 13 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.