Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:753 ECLI:NL:RBZWB:2022:753 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:753 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:753
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummer BRE 21/4565 uitspraak van 15 februari 2022 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [gemachtigde] die heeft gesteld het beroepschrift te hebben ingediend namens [belanghebbende], wonende te [woonplaats] , en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Motivering [gemachtigde] (hierna: de gesteld gemachtigde) heeft een brief gestuurd naar de inspecteur betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen met aanslagnummer [aanslagnummer] van [belanghebbende] .

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 Awb; ECLI:NL:RBZWB:2022:753 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Motivering [gemachtigde] (hierna: de gesteld gemachtigde) heeft een brief gestuurd naar de inspecteur betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen met aanslagnummer [aanslagnummer] van [belanghebbende] .

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:55 Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:55 Awb
De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummer BRE 21/4565 uitspraak van 15 februari 2022 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [gemachtigde] die heeft gesteld het beroepschrift te hebben ingediend namens [belanghebbende], wonende te [woonplaats] , en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Motivering [gemachtigde] (hierna: de gesteld gemachtigde) heeft een brief gestuurd naar de inspecteur betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen met aanslagnummer [aanslagnummer] van [belanghebbende] .

Omdat er reeds uitspraak op bezwaar was gedaan heeft de inspecteur deze brief aangemerkt als een beroepschrift en dit beroepschrift doorgezonden naar de rechtbank omdat de rechtbank bevoegd is het beroep te behandelen. Voor het beroep is belanghebbende griffierecht verschuldigd van € 49. De griffier heeft de gesteld gemachtigde daarover schriftelijk geïnformeerd. De griffier heeft de gesteld gemachtigde in een aangetekende brief van 3 december 2021 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening.

Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door de gesteld gemachtigde opgegeven adres. Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 15 februari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.