Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBZWB:2022:752 ECLI:NL:RBZWB:2022:752 AI generated

ECLI:NL:RBZWB:2022:752 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Case Number ECLI:NL:RBZWB:2022:752
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummer BRE 21/4583 uitspraak van 15 februari 2022 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [gemachtigde] die heeft gesteld het beroepschrift te hebben ingediend namens [belanghebbende], gevestigd te [plaats] , en de heffingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk , de heffingsambtenaar. Motivering [gemachtigde] (hierna: de gesteld gemachtigde) heeft een beroepschrift ingediend betreffende de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van het pand [adres] die is afgegeven ten aanzien van [belanghebbende] .

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 Awb; ECLI:NL:RBZWB:2022:752 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Motivering [gemachtigde] (hierna: de gesteld gemachtigde) heeft een beroepschrift ingediend betreffende de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van het pand [adres] die is afgegeven ten aanzien van [belanghebbende] .

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:55 Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:55 Awb
Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummer BRE 21/4583 uitspraak van 15 februari 2022 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [gemachtigde] die heeft gesteld het beroepschrift te hebben ingediend namens [belanghebbende], gevestigd te [plaats] , en de heffingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk , de heffingsambtenaar. Motivering [gemachtigde] (hierna: de gesteld gemachtigde) heeft een beroepschrift ingediend betreffende de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van het pand [adres] die is afgegeven ten aanzien van [belanghebbende] .

Hiervoor is belanghebbende griffierecht verschuldigd van € 360. De griffier heeft de gesteld gemachtigde daarover schriftelijk geïnformeerd. De griffier heeft de gesteld gemachtigde in een aangetekende brief van 2 december 2021 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door de gesteld gemachtigde opgegeven adres.

Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 15 februari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.